Home | Onze School | Schoolplan 2011 - 2015

Projecten en Klassenwerk

Schoolplan 2011 - 2015

 

Inleiding

 

Doel en functie van het schoolplan

Binnen onze Stichting (SCOS) is middels het strategisch beleidsplan en het beleidsdocument kwaliteitszorg geformuleerd wat wij belangrijk vinden als het gaat om de kwaliteit van onze scholen. Als afgeleide daarvan formuleren wij in dit schoolplan hoe wij daar de komende vier jaar verder vorm aan geven.

Dit schoolplan heeft dus als focus: kwaliteit !

Hoe is de kwaliteitszorg geregeld, wat zijn de kwaliteitsdoelen, wanneer zijn we tevreden ?

 

Wij zien het schoolplan als een “levend”, werkzaam document in de school, dat jaarlijks zal worden aangevuld met een evaluatie (jaarverslag) van het voorbije jaar en een concreet actieplan voor het nieuwe schooljaar op basis van het vierjarige plan van aanpak (hoofdstuk 6).

Wij zien het schoolplan als:

-       Beschrijving van de kwaliteit, van de werkelijkheid (zo doen we dat)

-       Planningsdocument voor schoolontwikkeling (wat willen we verbeteren?)

-       Verantwoordingsdocument (naar overheid en ouders)

Wij vinden dat kwaliteit op onze scholen te maken heeft met de volgende begrippen:

  1. Visie

-        de school heeft een duidelijke visie en herkenbare identiteit

-        de school draagt die visie enthousiast en duidelijk uit

  1. Onderwijs inhoud

-         het onderwijs op school voldoet aan de kerndoelen

-         op de school wordt bewust gewerkt aan:  kennis, vaardigheden en houding

-         op school leren de kinderen veel en behalen goede resultaten

-         er wordt goed onderwijs gegeven (doen we de goede dingen; doen we die goed)

  1. Pedagogisch klimaat en schoolcultuur

-         de school heeft een goed pedagogisch klimaat (geborgenheid, rust, orde, normen en waarden)

-         op school heerst een goede sfeer

-         de school is een veilige omgeving

-         er is goede zorg, opvang en begeleiding

-         de leerkrachten en kinderen gaan met plezier naar school

-         de school levert maatwerk naar alle geledingen

-         de school heeft een positieve uitstraling

  1. Competenties personeel

-         er zijn hoge verwachtingen t.a.v. het personeel

-         de school heeft deskundig en betrokken personeel, met goede pedagogische en didactische kwaliteiten

-         de school heeft bevlogen en deskundige leiding

  1. Ontwikkeling

-         de school werkt voortdurend aan ontwikkeling en groei (van kinderen en personeel)

  1. Verantwoorden

-         de school is transparant en verantwoordt wat ze doet

 

Naast bovenstaande algemene beschrijving, vinden wij het bovendien van belang dat de personeelsleden, met ouders en kinderen hun (persoonlijke) competenties (leren) benutten en ontwikkelen. Dit zorgt volgens ons voor vergroting van kansen van kinderen om te slagen in de maatschappij.

 

De totstandkoming van dit schoolplan

Wij vinden het belangrijk dat ons schoolplan bekend is en gedragen wordt door team en ouders. Vandaar dat de directeur, die het plan opstelde, de inhoud in conceptvorm steeds vroegtijdig heeft laten rouleren en aanvullen door betrokken teamleden. In de MR is het plan in opbouw ook regelmatig besproken. Het team is onder andere betrokken geweest bij de totstandkoming van dit schoolplan, op een daarvoor gecreëerde studiedag op 28 februari 2011. De mening van ouders en leerlingen op zoveel mogelijk deelterreinen is meegenomen aan de hand van de resultaten uit enquêtes binnen het WMK model.

 

Verwijzingen

Omdat we het schoolplan als een werkzaam en levend document binnen onze schoolorganisatie willen zien, is gekozen voor een compacte vorm.

In dit schoolplan wordt regelmatig verwezen naar documenten, protocollen en regelingen die op onze school te vinden zijn.

Dit zijn:

-       strategisch beleidsplan SCOS

-       beleidsdocument kwaliteitszorg SCOS

-       bundel bestuursbesluiten SCOS

-       groepsmap

-       map leerlingenzorg

-       zorgplan WSNS

-       beleidsdocument de veilige school SCOS

-       bundel bestuursbesluiten SCOS

-       map protocollen

-       map BAS-documenten

-       digitaal beschikbare protocollen

-       zorgplan WSNS en van De Rietkraag

Indeling van dit schoolplan

De indeling van ons schoolplan 2011-2015 is afgestemd op beleidsterreinen die wij binnen SCOS en op De Rietkraag relevant vinden voor onze schoolontwikkeling. Deze beleidsterreinen vormen de focus voor onze kwaliteitszorg (zie hoofdstuk 4). Dit betekent, dat wij deze beleidsterreinen: beschrijven, periodiek (laten) beoordelen en borgen of verbeteren. De onderscheiden beleidsterreinen komen (deels) overeen met de kwaliteitsaspecten die de Inspectie van het Onderwijs onderscheidt in haar toezichtskader. Als belangrijk middel werken wij met de kwaliteitskaarten van Cees Bos (WMK).

 

 

 

 

 

 

Afgerond na goedkeuring en instemming team en MR van KBS De Rietkraag,

 

Datum:                                                26-07-2011

Naam directeur KBS De Rietkraag:        Taco Houkema

 

 

 


  1. 1.   Onze school

 

Katholieke Basisschool De Rietkraag

Winterkoninkje 26

8103 BM  Raalte

) 0572 362688

* Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.

www.rietkraag.nl

 

Onze school behoort tot de Stichting Christelijk Onderwijs Salland (SCOS).

Wij hebben op dit moment een school die bestaat uit een negental groepen. Het betreft hier heterogeen samengestelde groepen, waarvan drie gecombineerde kleutergroepen 1/2 en de andere groepen enkelvoudig. Een aantal leerlingen werkt binnen een aangepaste leerlijn, maar wel binnen de eigen leeftijdsgroep. De verdeling van kinderen over de kleutergroepen is evenwichtig naar aantal kinderen, geslacht, niveau en extra begeleiding. Met plaatsing van broertjes/zusjes wordt in overleg met de ouders rekening gehouden. Voor het plaatsen van leerlingen, geldt ons leerling-aannamebeleid en zijn de grenzen uit ons Zorgprofiel van kracht.

 

1.1 Kenmerken directie en leraren

Het is voor de kwaliteit van de school van belang, dat de werknemers niet alleen beschikken over lesgevende capaciteiten. Op onze school wordt veel waarde gehecht aan de professionele instelling van de werknemers, aan een juiste beroepshouding.

Ons personeel:

  • handelt overeenkomstig de missie en de visie van de school;
  • voelt zich collegiaal medeverantwoordelijk voor de school, de leerlingen en elkaar;
  • heeft oog voor kinderen en probeert het verschil te maken voor de kinderen;
  • wil zich profileren als deskundig, gemotiveerd en betrokken;
  • heeft hoge verwachtingen van elkaar;
  • is ontwikkelingsgericht en veranderingsbereid;
  • wordt aangestuurd door een bevlogen en deskundige leiding;
  • is trots op onze organisatie;
  • wordt aangesproken op hun handelen;
  • houdt zich aan afspraken;
  • is betrokken en deskundig.

Onze directeur, Taco Houkema, heeft zo’n tien jaar ervaring als schoolleider. Hij startte per maart 2008 als interim-directeur aan De Rietkraag. Per augustus dat jaar werd hij directeur. Er is geen adjunct-directeur benoemd op De Rietkraag. De school kent een opgeleid Intern Begeleider, Mariet Huisman en een dertiental groepsleerkrachten, waarvan er vier fulltime werkzaam zijn. Daarnaast is er een onderwijsassistent werkzaam, mede bekostigd vanuit Leerling Gebonden Financiering en een conciërge. Een ochtend in de week, beschikken we over een vakdocent muziek en een ochtend eens in de veertien dagen beschikken we over een ICT leerkracht. Op doordeweekse dagen is, zowel een deel van de ochtend als een deel van de middag, een schoonmaker van Sallcon actief.

Aantal (vaste) teamleden per (1 augustus 2011):

Directie

OP

OOP

Ouder dan 50 jaar

 

2

2

Tussen 40 en 50 jaar

1

2

 

Tussen 30 en 40 jaar

 

6

 

Tussen 20 en 30 jaar

 

3

 

Jonger dan 20 jaar

 

 

 

Totaal

1

13

2

Het team kenmerkt zich door een grote mate van betrokkenheid en zorg om ieder kind. Het ziekteverzuimpercentage, is zowel in vergelijking met het landelijk beeld als in vergelijking met andere SCOS- scholen, al jaren laag te noemen. Bij aanvang van het schooljaar 2011-2012 zijn er 2 leerkrachten in een LB schaal benoemd (de rest in LA). Het gaat hier om de intern begeleider en een coördinator stage/ begeleider nieuwe leerkrachten. De komende jaren zullen we het aantal LB- functies uitbreiden. Expertise is er binnen het team, met name op de volgende gebieden aanwezig:

  • Stoornissen binnen het autistisch spectrum;
  • Leren en innoveren;
  • Coaching en begeleiding;
  • Gedragsproblematiek
  • SVIB (Schoolvideo interactie begeleiding)

 

1.2 Kenmerken leerlingen

Wij vinden het belangrijk dat kinderen het fijn vinden om op onze school te zijn, omdat zodoende aan hun basisbehoeften (een veilige omgeving, autonomie, competentie en relaties) wordt voldaan;

De kinderen zijn over het algemeen trots op onze school en gaan met plezier naar De Rietkraag.

 

De leerlingenaantallen verspreid over de verschillende wegingscategorieën:

Jaar

Totaal

Weging 0

Weging 0,3

Weging 1,2

1-10-2009

201

192

5

4

1-10-2010

199

190

5

4

1-10-2011

208

199

5

4

1-10-2012

207

Vanaf 2011 is een prognose

1-10-2013

212

1-10-2014

208

1-10-2015

205

 

Bij het opstellen van dit schoolplan, in het voorjaar en de zomer van 2011, gaan we er vanuit dat we bij aanvang van het schooljaar 2011-2012, voor 6 leerlingen leerling-gebonden financiering (Rugzakgelden) ontvangen. De verwachting is dat deze middelen de komende jaren minder gaan worden i.v.m. de voorgenomen bezuinigingen op Passend Onderwijs.

 

De leerling-populatie van onze school kent globaal de volgende kenmerken:

  • Een afspiegeling van de diversiteit in de wijk, voor wat betreft opleidingsniveau en sociale achtergrond van de ouders;
  • Voornamelijk autochtone blanke kinderen;
  • Een achterstand in de woordenschat overeenkomstig de achterstand op dit gebied in Salland;
  • Een toenemend aantal kinderen dat extra zorg nodig heeft.

 

Voor ons onderwijs betekent dat, dat wij ons specifiek richten op:

  • Zorg en begeleiding, vroegtijdige signalering van problemen;
  • Een materialenaanbod op verschillende niveaus per leerjaar;
  • Wegwerken van de achterstand in woordenschat.

 

1.3 Kenmerken ouders en omgeving

De wijk

De school staat in een wijk uit de jaren ’80 van de vorige eeuw, in Raalte-Noord (deelgebied het Raan). Er staan twee andere basisscholen in Raalte-Noord. Openbare school De Vogelaar staat op nog geen 300 meter afstand en katholieke school De Linderte staat op zo’n 2 kilometer afstand. Aan de kant van de wijk waar De Linderte staat is verdere nieuwbouw gepland. Wij merken dat de omvang van De Linderte, er mede voor zorgt dat een aantal ouders uit het tussengebied, voor De Rietkraag kiest. Dit omdat we als school kleinschaliger zijn.

De Rietkraag heeft tot nu toe alleen een schoolfunctie. We oriënteren ons inmiddels op mogelijkheden tot verbreding. Ons streven is, om aan het einde van deze schoolplanperiode, een brede school te zijn. Dit betekent voor ons dat we in of in de directe nabijheid van onze school, naast de tussenschoolse opvang, tevens buitenschoolse opvang gerealiseerd willen hebben. Ook kijken we naar mogelijkheden om, mede binnen het VVE kader, de samenwerking met voorschoolse partijen (kinderdagverblijven en peuterspeelzalen) te verbreden en meer naar de omgeving van De Rietkraag te halen. Tenslotte willen we meer “een baken” zijn in de wijk, met mogelijkheden van verhuur van ruimten en het betrekken van sport- en eventuele cultuurorganisaties bij de school.

Identiteit van de gezinnen

De school bestaat overwegend uit gezinnen met een katholieke gezindte, al merken we dat dit aantal snel terug loopt. Het teruglopend aantal kinderen dat in groep 4 de Eerste Heilige Communie doet en het Heilig Vormsel in groep 8, illustreert de tendens. Het gaat nog wel steeds om meer dan de helft van de leerlingen.

Ouders en verzorgers

De school kent ouders met een gemiddeld opleidingsniveau. De betrokkenheid is groot te noemen. Wij zien dit onder andere terug in de ouderhulp die geboden wordt. Een toenemend aantal gezinnen maakt gebruik van buitenschoolse opvang of van opvang georganiseerd door opa’s en oma’s van de kinderen.

 

Voor onze school en ons onderwijs betekenen bovenstaande punten, dat wij gericht zijn op:

  • Het handhaven van de kleinschaligheid;
  • Het toewerken naar een school die meer biedt dan het geven van onderwijs. Een school die een  wijkfunctie bekleedt als het gaat om de organisatie van sport- en cultuur en die (mede) onderdak biedt aan BSO en faciliteiten voor de voorschoolse periode;

 

1.4 Prognoses: interne en externe ontwikkelingen

Externe ontwikkelingen (m.b.t. school, leerlingen en/of personeel)

  • De intrede van Passend Onderwijs en de consequenties daarvan voor de inrichting van ons onderwijs;
    • Groei van het dorp in de nabijgelegen wijk;
  • De vraag aan scholen om meer te bieden dan alleen onderwijs. Om een meer maatschappelijke functie te aanvaarden in combinatie met een brede school- of kindcentrumgedachte;
  • Invoer van functiemix en verschillende functiewaarderingen;
  • Een afnemend leerlingaantal, landelijk, maar ook in Raalte en omgeving;
  • Er komt minder geld naar de school vanuit de overheid.

 

Interne ontwikkelingen (m.b.t. school, leerlingen en/of personeel)

  • De wil om de school(locatie) klein (max. 230 leerlingen) te houden, waardoor voldoende individuele aandacht, kwalitatief goed onderwijs en goede huisvesting gegarandeerd kunnen blijven;
  • Omslag naar een cultuur van dat we meer kunnen bieden dan onderwijs;
  • Meer werken met parttimers;
  • Meer werken met specialismen binnen het team;
  • Leren werken met minder vanzelfsprekende financiering.

 

1.5 Missie en Visie van De Rietkraag  per september 2009

A.         Schoolmissie

Alle SCOS-scholen gaan uit van de volgende gemeenschappelijke missie:

Wij geven, vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid, onderwijs met hoofd, hart en handen, vanuit onze kernwaarden en gemeenschappelijke uitgangspunten. Wij doen dat vanuit een katholieke en protestants-christelijke identiteit. Wij richten ons met name op kinderen tussen 4 en 12 jaar. Het motto van onze stichting is: samen lerend onderweg.

Het aspect “samen lerend onderweg” wordt op De Rietkraag op de volgende wijze zichtbaar:

Een grote mate van bereidheid om onszelf te blijven ontwikkelen door middel van reflectie, evaluatie, opleiding en coaching. Dit willen wij realiseren binnen ons onderwijs in de klas, op school met collega’s onderling en op SCOS-niveau tussen de scholen. De directeur heeft in overleg met team en MR de visie en missie van onze school doorgesproken en vastgelegd.

Slogan en kernwaarden

Kort samengevat is onze slogan:

Onze kernwaarden zijn:

  • Voor ons is ieder kind een individu met eigen kwaliteiten en leefomgeving;
  • Motorische en creatieve ontwikkeling zijn net zo belangrijk als die op cognitief en sociaal emotioneel gebied;
  • Wij willen een dynamische, vooruitstrevende en een zich onderscheidende school zijn;
  • Wij willen normatief handelen (hanteren van normen, waarden, maatschappelijk en omgevingsbewustzijn);
  • Wij stellen onszelf concrete doelen.

Wij zijn als school trots op:

  • Onze zorgstructuur en de bijdrage daaraan door een ieder;
  • Ons moderne en intensieve bewegingsonderwijs;
  • De sfeer van kleinschaligheid die we uitstralen.

 

Waar staat “De Rietkraag” voor?

  • De kinderen zijn bij ons op De Rietkraag steeds lerend onderweg. Zij leren zoveel mogelijk op eigen kracht te varen van groep naar groep. Tevens zorgt het team voor bruggen tussen de groepen. Deze bruggen vertalen we in doorgaande lijnen, communicatie en (BAS-) afspraken, zoals voorspelbaar leerkrachtgedrag;
  • Voor leerkrachten is er naast de hectiek van het laveren tussen het digitaal tijdperk en het persoonlijk lesgeven, ook ruimte voor reflectie en bezinning. Tijdelijk kan men, met instemming van de directeur even voor anker of mag men wat stoom afblazen. Daarna is het weer alle zeilen bijzetten en ervoor zorgen dat er geen kinderen tussen de mazen van het net glippen. We gaan mee met de tijd, spelen in op verschillen tussen kinderen, maar stellen wel de grens dat we zelf niet zinken. Niet alle zorg kunnen we bieden. We hebben hiertoe een Zorgplan opgesteld.

B.         Schoolvisie

De visie van De Rietkraag is geformuleerd vanuit een vijftal invalshoeken:

1.         Levensbeschouwelijk

(grondslag, identiteit, mensbeeld, normen en waarden)

Wij zijn een katholieke basisschool, met de bijbel als inspiratiebron, met name als het gaat om het hanteren van normen en waarden en het samen vieren van hoogtijdagen. Zo streven we ernaar kinderen rechtvaardigheid, hulpvaardigheid, solidariteit -in het bijzonder met de zwakkeren in de samenleving-, eerlijkheid en respect bij te brengen. Ook leren we ze onderscheid te maken tussen goed en kwaad, recht en onrecht, waar en onwaar, zin en zinloos.

Voor ons is ieder kind een individu met eigen kwaliteiten en leefomgeving.

De Rietkraag wil een open school zijn, waar kinderen uit verschillende landen en culturen zich veilig en gewaardeerd voelen. Wel dient de identiteit van de school door hen en hun ouders/ verzorgers te worden gerespecteerd.

 

Praktische invulling:

  • De schooldag wordt gestart met in iedere groep een betekenisvol gebed, gedicht of een liedje.
  • Katholieke hoogtijdagen worden met elkaar gevierd,
  • Vreugde en verdriet worden met elkaar gedeeld,
  • Er worden catecheselessen gegeven aan de hand van de methode “De reis van je leven”,
  • De sacramenten van de Communie en het Vormsel  worden samen met school voorbereid.
  • Alle leerlingen doen mee aan activiteiten die vanuit de levensbeschouwing worden uitgevoerd.
  • De Rietkraag kent basisregels voor de omgang met elkaar en met de omgeving.

2.         Maatschappelijk

(maatschappijbeeld, sociale en culturele aspecten, buurt, milieu)

De Rietkraag wil primair een leer- en opvoedingsinstituut zijn waar voldoende ruimte geschapen wordt voor kinderen die extra zorg behoeven. We streven ernaar om ieder kind zich te laten ontplooien als bewust, zelfstandig, maar samenwerkend mens, dat zich staande kan houden in een prestatiegerichte en zich verhardende, snel veranderende, maatschappij. Daarbij vormt betrokkenheid van ouders als eerstverantwoordelijken voor de opvoeding, zorg en de eigen leefomgeving de basis. Het kind weet die eigen leefomgeving te respecteren en zijn vrijheid te benutten, zonder die van de medemens aan te tasten. Vanuit deze houding ontwikkelt het kind een positieve levenshouding, waarbij het open staat voor andere culturen en anders denkenden.

 

Praktische invulling:

  • De populatie van de Rietkraag is samengesteld uit kinderen van verschillende milieus en achtergronden. Daarmee is De Rietkraag een goede afspiegeling van de wijk. We creëren in verschillende groepen momenten van contact met / uitleg over andere culturen en denkwijzen.
  • Leerlingen wordt verantwoordelijkheid bijgebracht door ze zelf ervaringen te laten opdoen in plaats van ze die op te leggen.
  • Door het hanteren van basisregels voor de omgang met elkaar, die aansluiten op de regels die de kinderen van huis uit meekrijgen, creëren we bij de kinderen respect voor verschillen in cultuur en elkaars kwaliteiten.
  • Voorbeeldgedrag van medewerkers, vooral te zien in gedrag ten opzichte van elkaar.
  • Stimuleren van de betrokkenheid van ouders door inschakeling bij de ondersteuning van het primaire proces, delen van de zorg en een open communicatie over het wel en wee op school.

3.         Pedagogisch

(omgangsvormen, wijze van ontplooiing van het kind)

Naast de ouders heeft ook het schoolteam een stuk verantwoordelijkheid voor de opvoeding van de kinderen. De Rietkraag biedt daartoe een open, veilige en vertrouwde leeromgeving waarin het kind maximale ontplooiingskansen wordt geboden. Maximale ontplooiingskansen betekent bij ons: voldoende uitdaging op cognitief, motorisch, creatief en sociaal-emotioneel gebied. De kinderen worden gestimuleerd om met en van elkaar te leren vanuit een innerlijke motivatie. We willen de kinderen zelfvertrouwen laten ontwikkelen en een plezierige schooltijd laten beleven. Drie pijlers staan hierbij centraal:

  1. Vrijheid in gebondenheid
  2. Zelfstandigheid
  3. Samenwerken

Praktische invulling:

  • Door gesprekken met ouders delen wij de zorg en opvoedingsverantwoordelijkheid.
  • Kinderen werken met en naast elkaar in een open ruimte.
  • Pestgedrag wordt op school niet getolereerd.
  • Wij werken volgens een concept van adaptief onderwijs, waarbinnen eigen leerlijnen voor kinderen kunnen ontstaan en waarbij er aandacht is voor meerdere niveaus per jaargroep.
  • De leerkrachten geven zorg en positieve waardering aan alle leerlingen en aan hen die dat nodig hebben in versterkte mate.
  • Het bewegingsonderwijs is ingericht op een grote mate van activiteit in kleine groepen, waarbij een groot beroep wordt gedaan op samenwerking en verantwoordelijkheid.
  • De Rietkraag biedt een groot aantal sport- en spelactiviteiten aan.
  • Ook op het gebied van creativiteit werkt de school met een doorgaande leerlijn.
  • Creativiteit krijgt extra aandacht door middel van Klassenwerk, waarbij kinderen d.m.v. presentatie aan de hele school zichzelf kunnen laten zien.

4.         Organisatorisch

(organisatiestructuur, management, personeel, ouders)

De school biedt haar medewerkers een veilig werkklimaat, dat zich onder meer kenmerkt door een open sfeer en een organisatiestructuur met een minimum aan hiërarchie, laagdrempelige toegang van alle geledingen en een open, duidelijke manier van communicatie zowel binnen als buiten de school.  Het team laat zich bijstaan door de adviezen van ouders en de Medezeggenschapsraad (MR). Daarbij dient het vertrouwen en het streven naar hetzelfde doel, voorop te staan. Het personeelsbeleid is gericht op professionaliteit en het gebruik maken van elkaars talenten.

 

Praktische invulling:

  • Leerkrachten en directie komen gemakkelijk bij elkaar binnen.
  • De leerkrachten en leerlingen kennen elkaar en komen over en weer in verschillende groepen.
  • Leerkrachten hebben een gelijkwaardige inbreng.
  • Jaarlijkse invulling van het taakbeleid.
  • Actieve participatie van ouders.
  • Regelmatig overleg met de ouderraad en de MR.
  • Structurele aandacht voor professionalisering van teamleden.
  • Jaarlijkse evaluatie van de ontwikkelingen door zowel team, ouderraad en MR.
  • De school kent goede, veilige en nette werkplekken in een hygiënische omgeving.

5.         Onderwijskundig

(a. Zowel leerkracht- als kindgericht onderwijs, b. binnen de veilige schoolomgeving de eigen richting leren bepalen, c. kwaliteit vasthouden en uitbouwen, d. afgewogen aandacht voor sociaal-emotionele ontwikkeling/ cognitie/ expressie/ motoriek en identiteit, e. aanname- en doorstromingsbeleid)

Zowel leerkracht- als kindgericht onderwijs

Een logische, betekenisvolle middenweg tussen klassikaal en leerkrachtgericht onderwijs aan de ene kant en kind- en ervaringsgericht onderwijs aan de andere kant.

Wij bieden: Vrijheid in gebondenheid, Zelfstandigheid en mogelijkheden tot Samenwerken.

Vanuit structuur en duidelijkheid laten we gefaseerd “los”, zodat de kinderen onder begeleiding een zelfstandige werkhouding leren ontwikkelen. Dit geven we vorm aan de hand van onderstaande punten:

  • Adaptief onderwijs m.b.v. onze BAS- afspraken, waarmee wordt ingespeeld op zaken als niveauverschillen, voorspelbaar leerkrachtgedrag en heldere leerlijnen en afspraken.
  • We gaan hierbij eerder voor kwaliteit dan voor kwantiteit.
  • Bevorderen van zelfstandig werken, onder meer door het hierop inrichten van de lokalen en het klassenmanagement.
  • Speel- en leermateriaal en werkvormen zijn up-to-date. Ze worden in ruime mate, gebruik makend van meerdere niveaus, aangeboden. Ze nodigen uit tot samenwerken.
  • Kinderen zijn bezig zelf te leren ontdekken en leren. Dit gebeurt onder leiding en begeleiding van de leerkrachten, die duidelijke kaders stellen.
  • In elke groep is er aandacht voor: vrijheid in gebondenheid (kinderen leren keuzes maken, deels vanuit zichzelf en deels vanuit de kaders die de leerkrachten stellen).
  • In elke groep wordt gewerkt aan een zelfstandige werkhouding: De genoemde BAS- afspraken, die gedocumenteerd staan in BAS- documenten, vormen hiervoor de basis. Onze school kent hierin een opbouw van groep 1 t/m groep 8.
  • In elke groep worden werkvormen aangeboden waarbij samenwerking gevraagd wordt. Ook dit gebeurt middels de BAS- afspraken.
  • Ons gebouw is zo ingericht dat een grote verscheidenheid aan werkvormen in de praktijk kan worden gebracht.

b. Binnen de veilige schoolomgeving de eigen richting leren bepalen

  • De kinderen wordt structuur en duidelijkheid geboden (De aanwezige BAS- documenten vormen hiervoor de basis).
  • We kennen een groeimodel waarbij de kinderen steeds meer leren omgaan met (de invloed van) de maatschappij, naarmate ze ouder worden. Hun verplaatsings-  en incasseringsvermogen hieromtrent proberen we trapsgewijs op te bouwen. Dankzij onze variëteit aan methoden en werkvormen leren we hen de basis hiervan aan, zodat zij op eigen kracht verder kunnen.
  • Omgevingsfactoren en voorbereiding op een multifunctionele samenleving spelen voor ons een belangrijke rol bij welke richting de kinderen op kunnen gaan. Methoden voor wereldoriëntatie, burgerschap en de samenstelling van de ouderpopulatie laten we hier sterk in meewegen.
  • Verankering betekent voor ons als Rietkraag: duidelijke borging. Afspraken zijn vastgelegd en worden gecontroleerd middels klassenconsultatie, ervaringen en gesprekken. Kwaliteit gaat bij ons voor op kwantiteit.
  • De schoolafspraken (onder andere de BAS- documenten) en regels, worden duidelijk bijgehouden in de Groepsmappen. Zo blijven ze actueel voor elke leerkracht.
  • Nieuwe leerkrachten krijgen begeleiding. Er wordt hen een maatje aangewezen. Leerkrachten komen afspraken na en er is sprake van voorbeeldgedrag. Zij krijgen wel ruimte voor eigen initiatief en vormgeving, maar binnen de bandbreedte van de gezamenlijke afspraken.

c. Kwaliteit vasthouden en uitbouwen

  • Onze kwaliteit houden we op orde door middel van kwaliteitsbewaking. We gebruiken hiervoor instrumenten zoals het leerlingvolgsysteem van CITO en Pravoo als het gaat om leerlingenzorg. Voor een systematische kwaliteitsbewaking in het algemeen, hanteren we WMK kaarten van Cees Bos. Verbeterpunten worden hieruit gegenereerd, zodat we onze kwaliteit op orde kunnen houden en verder kunnen versterken.
  • Onze systemen voor kwaliteitsbewaking hanteren we cyclisch, waarbij er ruimte is voor evaluatie, bijstelling en borging.
  • We hebben een duidelijk leerlingvolgsysteem, waarvan de coördinatie in handen is van een opgeleid intern begeleider. Zij heeft structureel ingeplande “follow up-“ gesprekken met alle leerkrachten en is op de hoogte van de afspraken en doorgaande leerlijnen.
  • Personeel van De Rietkraag leert de eigen kwaliteiten te benutten d.m.v. de inzet van meerdere werkvoren (BAS- afspraken).
  • Personeel wordt o.a. dankzij de gebruikmaking van Persoonlijke Ontwikkelplannen (POP) zo optimaal mogelijk ingezet voor de school en in het taakbeleid.
  • De school kent methoden die up-to-date zijn. Jaarlijks worden prioriteiten gesteld voor vervanging.
  • Kinderen binnen De Rietkraag krijgen de ruimte, maar wel binnen veiligheid(sregels en afspraken).
  • Er is een opbouw binnen de school waarneembaar tot een zelfstandige werkhouding/ zelfstandigheid.
  • D.m.v. het hanteren van onze (BAS-) afspraken, onze methoden en materialen, ons leerlingvolgsysteem, ons pedagogisch en didactisch vermogen, werken wij dagelijks aan de best hanteerbare mogelijkheden voor zoveel mogelijk van onze kinderen.
  • Tussentijdse kwaliteitsmetingen en verbeterpunten hieruit voortkomend, zorgen ervoor dat puzzelstukjes anders gelegd gaan worden.
  • Om de puzzel zo goed mogelijk te kunnen leggen, volgt het team gerichte scholing. Zie hiervoor ons jaarlijks nascholingsplan. D.m.v. functionerings- en POP- gesprekken en d.m.v. klassenbezoeken wordt een beeld gevormd betreffende scholingsbehoeften en worden er afspraken gemaakt met de directeur hieromtrent.

d. Afgewogen aandacht voor sociaal-emotionele ontwikkeling, cognitie, expressie, motoriek en identiteit

Het onderwijs op onze school is zodanig ingericht dat de leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. Het gaat uit van leren met hoofd, hart en handen.

Het is afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen.

Het onderwijs richt zich allereerst op de emotionele en verstandelijke ontwikkeling, maar ook op het ontwikkelen van creativiteit, op het verwerven van noodzakelijke kennis van sociale, culturele/ maatschappelijke en lichamelijke vaardigheden.

Ons onderwijs gaat er mede van uit dat de leerlingen opgroeien in een multiculturele samenleving. Uiteraard is hier de nodige aandacht voor, maar wel vanuit katholieke grondwaarden. Het onderwijs is zodanig ingericht dat de leerlingen in beginsel binnen een tijdvak van acht aaneensluitende jaren de school kunnen doorlopen.

Ten aanzien van leerlingen die extra zorg behoeven, is het onderwijs gericht op, zo mogelijk, individuele begeleiding, die is afgestemd op de behoeften van de leerling.

De school heeft een voortgangsregistratie omtrent de ontwikkeling van leerlingen die extra zorg behoeven.

 

We streven ernaar om het onderwijs zo effectief mogelijk te laten verlopen. Kernpunten zijn:

  • De leertijd wordt effectief besteed.
  • Het leren van de leerlingen staat centraal.
  • De leerkrachten hebben hoge verwachtingen van de leerlingen en laten dat merken.
  • Leerlingen die dat nodig hebben krijgen extra aandacht, maar deze gaat zo min mogelijk ten koste van andere leerlingen.
  • Er wordt gewerkt met het BHV-model (basisstof, herhalingsstof, verrijkingsstof).
  • Leerkrachten zorgen voor een ordelijk en gestructureerd klimaat dat geschikt is voor leren en onderwijzen.
  • De vooruitgang van de leerlingen wordt systematisch objectief geëvalueerd (CITO-LVS).
  • Jaarlijks wordt een WMK katern “Opbrengsten” bijgewerkt en doorgesproken.
  • De communicatie (interactie) tussen de leerkracht en de leerlingen en de leerlingen onderling verloopt geordend.
  • Het belang van de (bege)leidende en sturende rol van de leerkracht wordt onderkend.

 

Op onze school gebruiken we eigentijdse methodes. De methodes worden bij de hoofdvakken integraal gebruikt door de leraren. Voor de toetsing van de leerstof maken we gebruik van methodeonafhankelijke en methodegebonden toetsen. Ten aanzien van leerstofaanbod hebben we de volgende afspraken:

  • Het leerstofaanbod dat wij gebruiken voldoet aan de kerndoelen.
  • Het leerstofaanbod vertoont een doorgaande lijn en komt tegemoet aan relevante verschillen.
  • Het leerstofaanbod voorziet in de ondersteuning van de sociaal-emotionele ontwikkeling. Daarbij ligt de nadruk (ook in tijd) op de instrumentele vaardigheden: taal, lezen en rekenen.

Voor de kerndoelen geldt dat deze gerealiseerd worden met behulp van methoden, bronnenboeken, media, zelf ontwikkeld lesmateriaal en activiteiten.

 

Onze structuur zorgt voor verbindingen met elkaar. De Rietkraag kent van de kern tot de schil, de volgende componenten:

  • Pedagogisch klimaat

Kinderen en leerkrachten dienen zich veilig te voelen, zodat zij zich beter kunnen ontwikkelen. Dit gevoel wordt zoveel mogelijk doorgegeven aan anderen.

  • Sociaal-emotionele ontwikkeling

Hierbij hebben we gerichte aandacht voor de ontwikkeling van kinderen (o.a. met behulp van een methode voor SEO) en van leerkrachten (o.a. d.m.v. teambuilding en scholing). Omgang met elkaar en communicatie staan hierbij centraal.

  • Ruimte voor Identiteit (Wie ben ik en wie ben jij?)

Onze school werkt vanuit een katholieke grondslag. Bij het geven van onder­wijs wordt mede vanuit de bijbelse inspiratiebron (het Verhaal levend houdend), met hart en ziel en in alle openheid gewerkt aan de sociale, verstandelijke en creatieve ontwikkeling van de kinderen, met respect voor elkaar en voor de omgeving en richtinggevend aan een hoopvolle toekomst. In dit kader werken wij vanuit de volgende kernbegrippen:

-        respect en zorg

-        betrokkenheid en aandacht

-        kwaliteit en meesterschap

-        openheid en transparantie

-        optimisme en uitgaan van het goede in de mens

-        solidariteit in gezamenlijke verantwoordelijkheid

  • Didactische ontwikkeling

We dragen zorg voor goede cognitieve ontwikkelingskansen d.m.v. ons moderne methodeaanbod en onze gevarieerde/ gedifferentieerde werkvormen op maat. Hierbij hanteren we (BAS-) afspraken als doorgaande lijn. Deze zijn vastgelegd in de Groepsmappen.

  • Organisatie en management. Deze is duidelijk en inzichtelijk. Er wordt verantwoording afgelegd, ICT is kwalitatief op orde, er zijn duidelijke structuren aangelegd op gebieden als de doorgaande lijn binnen de school en de ontwikkeling richting vrijheid (in gebondenheid).
  • Verdieping en bezinning. Er is ruimte voor leren voor en van jezelf en de ander. Er worden, bijvoorbeeld met gebruikmaking van klassenbezoeken, spiegels voorgehouden en er zijn bekwaamheidsdossiers in gebruik die actueel worden gehouden.
  • Er is het besef van onze voorbeeldfunctie, waar we bewust mee om gaan en die we zoveel mogelijk proberen uit te dragen.

e. Aanname- en doorstromingsbeleid

  • We kennen op De Rietkraag een aannamebeleid, dat gericht is op een voor ons en de kinderen hanteerbare schoollooptijd. Zie voor meer informatie ons Zorgplan en Zorgprofiel (dat in 2011-2012 verder vorm krijgt).
  • Toetsresultaten en observaties kunnen ertoe leiden dat we kinderen moeten laten doubleren, uit de leerstof moeten zetten van de betreffende groep of moeten doorverwijzen. Dit doen we alleen als ons dit voor de betreffende kinderen het beste lijkt. Uiteraard worden ouders hier altijd vroegtijdig bij betrokken.
  • Voor de meeste kinderen geldt, dat zij na groep 8, klaar zijn voor het vervolg op het voortgezet onderwijs. Ze zijn hiervoor toegerust met:
  • Het vermogen tot een open blik op de wereld om ze heen
  • Kennis van de multiculturele samenleving
  • Een gezonde basis aan normen en waarden, kennis van sociale vaardigheden
  • De kennis van wat voorbeeldgedrag inhoudt
  • De doorgewerkte leerstof, conform de kerndoelen
  • De mogelijkheid tot het kunnen maken van zelfstandige en verantwoordelijke keuzes

 

Het onderdeel Missie en Visie is, na een teambijeenkomst in 2008-2009, opgesteld door de directeur. Dit na overleg met, instemming van en terugkoppeling aan de teamvergadering en de MR.

1.6 Slogan en kernwaarden

Kort samengevat is onze slogan: Betrokken en Deskundig

Onze kernwaarden zijn:

  • Voor ons is ieder kind een individu met eigen kwaliteiten en leefomgeving;
  • Iedereen hoort erbij;
  • Motorische en creatieve ontwikkeling zijn net zo belangrijk als die op cognitief en sociaal emotioneel gebied;
  • Wij willen een dynamische, vooruitstrevende en een zich onderscheidende school zijn;
  • Wij willen normatief handelen (hanteren van normen, waarden, maatschappelijk en omgevingsbewustzijn);
  • Wij stellen onszelf concrete doelen.

 

Wij zijn als school trots op:

  • Ons gebouw, dat de uitvoer van onze onderwijsvisie ondersteunt;
  • Onze zorgstructuur en de bijdrage daaraan door een ieder;
  • De sfeer van kleinschaligheid die we uitstralen;
  • Onze resultaten.

1.7 De gedroomde school

Wij hebben streefbeelden van waar wij als school naar toe willen.

Over vijf jaar……..

  • Hebben we bepaald en verwoord hoe we een samenhangend geheel van onderwijs en buitenschoolse opvang aanbieden voor kinderen van 2½  tot 12 jaar, alleen of in samenwerking met andere partners;
  • Is de brede school een samenwerkingsconcept tussen meerdere partijen onder gezamenlijke directie;
  • Speelt de school een belangrijke rol in de ontwikkeling naar kindcentra in de wijk;
  • Hanteren we een duidelijk zorgprofiel binnen de kaders van passend Onderwijs.

1.8 Levenbeschouwelijke identiteit

Godsdienstige identiteit

Onze stichting werkt vanuit één gemeenschappelijke grondslag. De stichting stelt zich ten doel het doen geven en bevorderen van katho­liek en protestants-christelijk  primair onder­wijs in Salland.

De stichting beoogt het onderwijs te doen geven in overeenstemming met de Christelijke beginselen, zoals ver­woord in het evangelie van Jezus Christus.

Bij het doen geven van onder­wijs wordt mede vanuit de bijbelse inspiratiebron (het Verhaal levend houdend), met hart en ziel en in alle openheid gewerkt aan de sociale, verstandelijke en creatieve ontwikkeling van de kinderen, met respect voor elkaar en voor de omgeving en richtinggevend aan een hoopvolle toekomst.

Vanuit onze grondslag staat het onderwijsaanbod op de scholen open voor kinderen met of zonder godsdienstige achtergrond, mits de ouders de uitgangspunten, waarden en de levensbeschouwelijke identiteit van de school respecteren en akkoord gaan met het gegeven, dat er niet getornd kan worden aan de grondslag van de school.

Verder stemmen ouders in met het gegeven, dat hun kind aan het godsdienstonderwijs en de godsdienstige vieringen in schoolverband deelneemt.

Bij aanmelding en/of  inschrijving van het kind wordt deze tekst aan de ouders kenbaar gemaakt.

 

Onze school werkt vanuit een katholieke grondslag.

Wij hebben onze wortels in een traditionele katholieke gemeenschap. Zonder onze achtergrond te verloochenen willen wij vanuit onze eigen verantwoordelijkheid zoeken naar antwoorden op de vraagstukken van vandaag en morgen. Wij werken meer vanuit een gelovig perspectief dan vanuit een kerkelijk - institutioneel en hiërarchisch perspectief. Wij willen werken vanuit idealisme (het doet er iets toe wat je doet) en optimisme (het maakt verschil dat jij er bent). Wij willen kinderen en personeel aanspreken op het benutten van hun talenten. Wij willen kinderen en personeel stimuleren tot groei.

Met de bijbel en het leven van Jezus van Nazareth als belangrijke inspiratiebron, willen wij gekend worden en werken vanuit de volgende kernbegrippen.

  • Respect en zorg
  • Betrokkenheid en aandacht
  • Kwaliteit en meesterschap
  • Openheid en transparantie
  • Optimisme en uitgaan van het goede in de mens
  • Solidariteit in gezamenlijke verantwoordelijkheid

In het leven en werken van alle dag willen wij deze begrippen herkenbaar maken op onze school, in onze relaties met kinderen, ouders en collega’s.

Onder 1.5 (schoolvisie), staat omschreven hoe wij deze identiteit waar maken.

Brede identiteit

Onze identiteit is uiteraard breder dan alleen de godsdienstige identiteit, maar kan er niet los van gezien worden. Ons onderwijs aan onze kinderen wordt gegeven vanuit christelijke waarden en normen. Wij willen de kinderen mede opvoeden tot verantwoordelijke, kritische en mondige burgers die hun plaats in de maatschappij kunnen innemen en daar een bijdrage aan willen leveren.

Uiteraard is er een nauwe samenhang met de domeinen Burgerschap en Integratie, kennismaken met de pluriforme samenleving en geestelijke stromingen.

 


 

  1. 2.   Het onderwijs op onze school

2.1 Onderwijsdoelen en uitgangspunten

Visie en afspraken:

Het onderwijs op onze school is zodanig ingericht dat de leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. Het gaat uit van leren met hoofd, hart en handen.

Het is afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen. Het onderwijs richt zich allereerst op de emotionele en verstandelijke ontwikkeling, en op het ontwikkelen van creativiteit, op het verwerven van noodzakelijke kennis en van sociale, culturele en lichamelijke vaardigheden.

Het onderwijs gaat er mede van uit dat de leerlingen opgroeien in een multiculturele samenleving.

Het onderwijs is zodanig ingericht dat de leerlingen in beginsel binnen een tijdvak van 8 aaneensluitende jaren de school kunnen doorlopen. Ten aanzien van leerlingen die extra zorg behoeven, is het onderwijs zoveel mogelijk gericht op individuele begeleiding die is afgestemd op de behoeften van de leerling. De school heeft een voortgangsregistratie omtrent de ontwikkeling van leerlingen die extra zorg behoeven.

Binnen bovenstaande gemeenschappelijk SCOS-uitgangspunt, staat onze schoolspecifieke visie en praktische uitwerking, omschreven onder 1.5.

2.2 leerstofaanbod en toetsinstrumenten

Visie en afspraken:

Op onze school gebruiken we eigentijdse methodes die voldoen aan de kerndoelen. De methodes worden bij de hoofdvakken integraal gebruikt door de leraren. Voor de toetsing van de leerstof maken we gebruik van methode-onafhankelijke en methodegebonden toetsen. Ten aanzien van leerstofaanbod hebben we de volgende afspraken opgesteld:

  • De methodes die wij gebruiken (zie onderstaand overzicht) voldoen aan de kerndoelen.
  • Het leerstofaanbod vertoont een doorgaande lijn en komt tegemoet aan relevante verschillen.
  • Het leerstofaanbod voorziet in de ondersteuning van de sociaal-emotionele ontwikkeling.
  • De school besteedt aandacht aan actief (goed) burgerschap.
  • Het leerstofaanbod voorziet in het gebruik leren maken van ICT en in aandacht voor intercultureel onderwijs.

 

Op onze school wordt bewust gewerkt aan: kennis, vaardigheden en houding.

Het onderwijs op onze school omvat (waar mogelijk in samenhang):

a. zintuiglijke en lichamelijke oefening; Nederlandse taal; rekenen en wiskunde; Engelse taal;

b. de kennisgebieden: aardrijkskunde, geschiedenis, de natuur, waaronder biologie, maatschappelijke verhoudingen, waaronder staatsinrichting, geestelijke stromingen.

c. expressie‑activiteiten (waarbij aandacht wordt besteed aan: de bevordering van het taalgebruik, tekenen, muziek, handvaardigheid, spel en beweging).

d. bevordering van sociale redzaamheid. waaronder gedrag in het verkeer;

e. bevordering van gezond gedrag.

 

Voor bovenstaande onderwijsactiviteiten geldt dat deze gegeven worden met behulp van methoden, bronnenboeken, media, zelf ontwikkeld lesmateriaal en activiteiten. Wij voldoen aan de kerndoelen, zoals die landelijk door het ministerie zijn vastgesteld. Deze kerndoelen geven een beschrijving van kwaliteiten van leerlingen op het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden. De nadruk (ook in tijd), ligt op De Rietkraag op het aanbieden van de instrumentele vaardigheden: Taal, Lezen en Rekenen.

Hieronder staat aangegeven welke methoden onze school in gebruik heeft.

Voor opbrengsten en kengetallen in- door- en uitstroom: zie bijlage 2
Methoden

Meerjarenplanning Methodes

Vakgebied

Methode en toetsinstrumenten

1

2

3

4

5

6

7

8

Aanschaf

Verv.

Taal/lezen

Schatkist

x

x

 

 

 

 

 

 

2008

2016

 

Leeslijn

 

 

x

 

 

 

 

 

2009

2017

 

Taal in Beeld

Spelling in Beeld

 

 

x

x

x

x

x

x

2010

2018

 

Techn: Goed Gelezen

 

 

 

x

x

x

 

 

2001

2012

 

Begr.: Goed Gelezen

 

 

 

x

x

x

x

x

2001

2012

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schrijven

Schrijfdans

x

x

x

x

 

 

 

 

2002

2014

 

Schrijven in de basisschool

 

 

x

x

x

x

 

 

2002

2014

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rekenen

Schatkist

x

x

 

 

 

 

 

 

2008

2016

 

Wereld in getallen

 

 

x

x

x

x

x

x

2001

2013

 

Hoofdrek.:Ajodakt

 

 

 

 

x

x

x

x

2004

2015

 

Redactiesommen: Ajodakt

 

 

 

 

x

x

x

x

2004

2015

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Engels

Let’s do it

 

 

 

 

 

 

x

x

2003

2012

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geschiedenis

Brandaan

 

 

x

x

 

 

 

 

2008

2016

 

De Trek

 

 

 

 

x

x

x

x

2010

2018

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aardrijkskunde

Meander

 

 

x

x

x

x

x

x

2008

2016

 

Agteres digibordatlas

 

 

 

 

 

x

x

x

2009

2020

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Natuurkunde

Naut

 

 

x

x

x

x

x

x

2008

2016

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verkeer

Wijzer door het verkeer

x

x

x

x

x

x

 

 

2003

2014

 

Oefenexamens

 

 

 

 

 

 

x

 

 

 

Gym

Bewegen in het speellokaal

x

x

 

 

 

 

 

 

2005

2015

 

Bewegen in het basisonderwijs

 

 

x

x

x

x

x

x

2006

2015

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Expressie

Moet je doen (muz.)

x

x

x

x

x

x

x

x

2004

2015

 

Moet je doen (drama)

x

x

x

x

x

x

x

x

2004

2015

 

Uit de kunst (tek.+ handv.)

x

x

x

x

x

x

x

x

2004

2015

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Catechese

Reis van je leven

x

x

x

x

x

x

x

x

2004

2014

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Soemokaarten

x

x

x

x

x

x

x

x

2009

2017

 

De groepen 1 en 2 gebruiken de methoden in het algemeen als bronnenboek en vullen de activiteiten vanuit de (kern)doelen. De andere groepen volgen de lijn van bovenstaande methoden. Waar op deelaspecten afgeweken wordt van deze methoden, of indien niet alle opgenomen leerstof wordt behandeld, staat dit per jaargroep aangegeven in de groepsmap of in schoolbeleidsdocumenten.

2.3 Leertijd

Visie en afspraken:

Op onze school willen we de leertijd effectief besteden, omdat we beseffen dat leertijd een belangrijke factor is voor het leren van onze leerlingen. We proberen daarom verlies van leertijd te voorkomen. Ook willen we ze voldoende leertijd geven om zich het leerstofaanbod eigen te maken. In principe trachten we zo alle leerlingen in acht jaar de einddoelen basisonderwijs te laten halen. Onze afspraken zijn:

  1. Leraren bereiden zich schriftelijk voor: programma en tijd(en).
  2. Leraren zorgen voor een effectief klassenmanagement (voorkomen verlies leertijd).
  3. Op schoolniveau wordt er voldoende onderwijstijd gepland.
  4. Leraren hanteren heldere roosters.
  5. Leraren plannen extra tijd voor taal (gelet op de behoeften van onze populatie).
  6. Leraren variëren de hoeveelheid leertijd afhankelijk van de onderwijsbehoeften.

Op onze school is de beschikbare leertijd als volgt over de groepen verdeeld:

Groepen 1-4: 880 uren per leerjaar; groepen 5-8: 1000 uren per leerjaar, in totaal dus 7520 uren.

 

evaluatie:

De afspraken (doelen) worden 1 x per vier jaar beoordeeld door de directie en het team.

Leertijd is tevens een onderdeel dat wordt beoordeeld door de Inspectie van het Onderwijs.

Verbeterpunt:

De uren per vakgebied op het lesrooster willen we graag van alle groepen naast elkaar leggen om zodoende de opbouw weer helder te hebben en deze te monitoren.

2.4 Computer / ICT

visie en afspraken:

ICT wordt gezien als hulpmiddel en geen leerdoel op zich. In overleg met de ICT- leerkracht is vastgesteld welke vaardigheden en programma’s de kinderen in de verschillende groepen zouden moeten beheersen (leerlijn). Op basis hiervan roosteren de leerkrachten zelf de benodigde leertijd in voor de kinderen.

verbeterpunten:

Website aantrekkelijker en meer wervend maken. Bovendien willen we deze meer in eigen beheer nemen. Oude computers willen we vervangen om het netwerk gereed te maken voor De klas.nu 3, van Heutink ICT. Meer informatie over ICT is te vinden in bijlage 4.

evaluatie:

Jaarlijks wordt ICT geëvalueerd en wordt er gekeken naar de actuele vragen / behoeften in relatie tot de financiën.

2.5 Pedagogisch klimaat

Visie en afspraken:

Het lesgeven is de kern van ons werk. We onderscheiden pedagogisch en didactisch handelen, hoewel beide facetten van ons werk feitelijk onscheidbaar zijn. Van belang daarbij is: oog hebben voor het individu, een open houding, wederzijds respect en een goede relatie waarin het kind zich gekend weet. Belangrijke pedagogische noties zijn: zelfstandigheid, eigen verantwoordelijkheid, kritische zin, reflecterend vermogen en samenwerking. Onze leraren hebben (onder meer) een vormende (opvoedende) taak waarmee ze hun leerlingen mede proberen op te voeden tot goede burgers. Leraren creëren daartoe een veilig en gestructureerd klimaat waarin kinderen zich gewaardeerd en gerespecteerd voelen. Kernwoorden zijn: relatie, competentie en autonomie. Wij hechten veel waarde aan een positieve en motiverende leraar, een begeleider die ervoor zorgt, dat de leerlingen het werk zelfstandig (samen met anderen) kunnen doen. Daarbij hanteren we duidelijke regels en afspraken:

  1. De leraren zorgen voor een ordelijke klas
  2. De leraren zorgen voor een functionele en uitdagende leeromgeving
  3. De leraren gaan positief en belangstellend met de leerlingen om
  4. De leraren zorgen voor interactie met en  tussen de leerlingen
  5. De leraren bieden de leerlingen structuur
  6. De leraren zorgen voor veiligheid
  7. De leraren hanteren de afgesproken regels en afspraken
  8. De leraren laten de leerlingen zelfstandig (samen) werken

Meer informatie over ons pedagogisch klimaat, staat vermeld onder onze pedagogische visie, zie hoofdstuk 1.5.

Evaluatie:

De beoordeling van de afspraken (doelen) komt aan de orde bij de jaarlijkse klassenbezoeken en functioneringsgesprekken. In het POP geeft de leraar haar/zijn verbeterdoelen aan. Eén en ander wordt jaarlijks op hoofdlijnen geëvalueerd tijdens de evaluatievergadering. Eens per 4 jaar wordt dit onderwerp bovendien geëvalueerd middels de WMK systematiek (zie Hoofdstuk 5.11, evaluatieplan)

 

2.6 Didactisch handelen

visie en afspraken:

Op onze school geven de leraren op een effectieve wijze gestalte aan adaptief onderwijs. We geven onderwijs op maat, en daarom differentiëren we bij de instructie (directe instructie) en de verwerking (zowel naar inhoud als naar tempo). Omdat we veel waarde hechten aan de zelfstandigheid van de leerlingen, laten we leerlingen waar mogelijk samenwerken. Onze afspraken zijn:

  1. De lessen zijn goed opgebouwd
  2. De instructie wordt gedifferentieerd aangeboden op, waar mogelijk, drie niveaus
  3. De leraren geven directe instructie
  4. De leraren zorgen dat er meerdere oplossingsstrategieën aan bod komen
  5. De leerlingen werken zelfstandig samen
  6. De leraren geven ondersteuning en hulp (vaste ronde)
  7. De leraren laten leerlingen hun werk zo veel mogelijk zelf corrigeren
  8. De leraren zorgen voor stofdifferentiatie
  9. De leraren zorgen voor tempodifferentiatie

Meer informatie over onze onderwijskundige visie, staat vermeld onder hoofdstuk 1.5.

 

Evaluatie:

De beoordeling van de afspraken (doelen) komt aan de orde bij de jaarlijkse klassenbezoeken en functioneringsgesprekken. In het POP geeft de leraar haar/zijn verbeterdoelen aan. Formeel worden de afspraken minimaal vierjaarlijks beoordeeld door directie en team (zie hoofdstuk 5.11, het evaluatieplan).

 

Verbeterpunt:

De leraren stemmen hun afspraken frequenter met elkaar af. Hiertoe worden onderlinge tweegesprekken ingeroosterd.

2.7 Zorg en begeleiding  

Visie en afspraken:

De school besteedt veel aandacht aan de leerlingenzorg. Om goed zicht te krijgen op zorgleerlingen gebruikt de school methodegebonden toetsen, CITO-toetsen, AVI-toetsen en observatielijsten van Pravoo. De Citoscores zijn indicatief: ook aan andere aspecten van het kind besteden we aandacht. De zorg richt zich op het verbeteren van de leer- en sociale prestaties. Vooral lezen en spellen krijgen veel aandacht. Kinderen met een D of E- score krijgen een handelingsplan of, indien een koppeling met andere kinderen te maken is, volgt er een groeps(hulp)plan. De betreffende kinderen worden doorgesproken met de intern begeleider. Kinderen worden zoveel mogelijk in de klas door de eigen leerkracht begeleid. Maar in een aantal gevallen kan ook hulp buiten de groep worden geboden. Hierbij is sprake van adaptiviteit: instructie, tempo en verwerking worden waar mogelijk aangepast aan wat het kind nodig heeft. De centrale figuur bij zorg en begeleiding is de leraar. De intern begeleider coördineert de zorg en begeleiding. Onze afspraken (zie kwaliteitskaart) zijn:

  1. De leraren kennen de leerlingen
  2. De leraren signaleren vroegtijdig welke leerlingen zorg nodig hebben
  3. Ouders worden betrokken bij de (extra) zorg voor hun kind
  4. Externe partners worden –indien noodzakelijk- betrokken bij de zorg voor leerlingen
  5. De school gebruikt een samenhangend systeem van instrumenten en procedures voor het volgen van de prestaties en de ontwikkeling van de leerlingen
  6. Op basis van een analyse van de verzamelde gegevens, bepaalt de school de aard en de zorg voor zorgleerlingen
  7. De school voert de zorg planmatig uit
  8. De school gaat de effecten van de zorg na

 

De school heeft voorzieningen getroffen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften:

  • Leerlingen met leer- en gedragsmoeilijkheden;
  • Hoogbegaafden;
  • Leerlingen met een bijzondere handicap.

Zie voor meer informatie over zorg en begeleiding het Zorgplan van WSNS Salland en de uitwerking hiervan voor onze eigen school.

Evaluatie: Minimaal eens per 4 jaar, na de behandeling en uitkomsten van de WMK kaart Zorg en begeleiding (zie Hoofdstuk 5.11, evaluatieplan)

Verbeterpunten:

  • Kennis inzetten en eventueel uitbreiden in geval van opvang jonge risicoleerlingen;
  • De doelen voor leerlingen met een eigen ontwikkelingslijn (ook hoogbegaafden) vastleggen;

 

De school maakt onderdeel uit van het samenwerkingsverband WSNS Salland. Naast onze eigen zorgstructuur op schoolniveau, zijn er ook afspraken gemaakt in het kader van schooloverstijgende initiatieven (WSNS, Onderwijsvoorrangsbeleid e.d.).

 

Leerling-gebonden financiering

Op basis van de wettelijke regeling leerling-gebonden financiering kunnen leerlingen met een handicap in het basisonderwijs geplaatst worden. Deze regeling wordt naar alle waarschijnlijkheid aangepast. Op bestuurlijk niveau wordt overleg gevoerd (o.a. het samenwerkingsverband WSNS) om als SCOS een gezamenlijk standpunt voor alle scholen te ontwikkelen. Aandacht krijgt hierin uiteraard het Zorgprofiel dat in 2011-2012 per school wordt uitgewerkt.

Evaluatie:

De afspraken (doelen) worden per vier jaar beoordeeld door de intern begeleider en de directeur van de school. Zie hoofdstuk 5.11, het evaluatieplan. Zorg en begeleiding is tevens een onderdeel dat wordt beoordeeld door de Inspectie van het Onderwijs.

Verwijzing andere stukken:

  • Zorgplan WSNS
  • Uitwerking hiervan voor De Rietkraag
  • Beleidsstuk Inhoud groepsmap
  • Handelingsplan en hulpplan

 

2.8 Sociaal-emotionele ontwikkeling (waaronder sociale veiligheid en actief burgerschap)

visie en afspraken:

algemeen

Van het onderwijs mag verwacht worden dat het inspeelt op maatschappelijke veranderingen. De school dient bewust aandacht te hebben voor maatregelen die de sociale integratie bevorderen en

discriminatie voorkomen. Omdat onze samenleving steeds individualistischer en pluriformer is ingesteld, wordt het volgens ons des te belangrijker om bewust aandacht te schenken aan het samenleven met anderen, rekening houden met anderen en het accepteren en waarderen van verschillen tussen mensen (en uiteraard dus ook tussen kinderen).

Onze school besteedt veel aandacht aan dit thema. Als belangrijkste basis geldt het begrip “betrokkenheid” (mede geïnspireerd door onze godsdienstige identiteit). Als school zijn wij betrokken op elkaar, leerkrachten en kinderen en ouders. Wij willen ook betrokken zijn op de wereld om ons heen. Daarnaast vinden wij openheid van belang als basis voor onze omgang met elkaar.

Onze visie op sociaal emotionele ontwikkeling staat uitgebreid omschreven onder hoofdstuk 1.5.

sociale veiligheid

Onze school wil een veilige plek zijn, waar leerlingen omgaan met diversiteit. Wij willen een veilige sfeer creëren. Het bevordert openheid en respect in de school.

Wij vragen regelmatig aan leerlingen en personeel naar hun welbevinden en gevoel van veiligheid.

Wij geven hier vorm aan door:

  • Enquêtes (binnen WMK)
  • Hanteren van schoolregels / afsprakenlijsten
  • Afspraken t.a.v. preventie
  • Actie : draaiboek als er zich toch incidenten voordoen
  • Beleid ter voorkoming van pesten
  • Klachtencommissie / Vertrouwenspersoon

 

Voor verder beleid t.a.v. preventie, signaleren en actie verwijzen wij naar:

  • De bundel bestuursbesluiten (document “veiligheid op school”)

Actief burgerschap en sociale integratie

Hoewel dit vanuit de overheid een nieuwe term is, wordt hier zoals hiervoor al aangegeven, veel aandacht aan besteed. Een belangrijke doelstelling van onze school is dat we kinderen willen inleiden in de maatschappij. Burgerschapsvorming is het helpen vormen van wie je bent (identiteit), mogelijkheden aanreiken om te kunnen deelnemen aan de samenleving (participatie) en kennis verwerven van en leren omgaan met de principes van democratie. Wij onderkennen daarbij de volgende invalshoeken:

  1. identiteitsvorming aan de hand van levenbeschouwing

d.m.v. begrippen als eerbied, verwachting, betrokkenheid, verantwoordelijkheid, christelijke waarden en normen.

  1. de school als samenleving

d.m.v. aandacht voor en waarderen van verschillen tussen kinderen en leerkrachten, aandacht en begrip voor verschillen tussen cultuur en levensbeschouwing, omgaan met conflicten en straffen, gelijke behandeling en solidariteit.

Het hanteren van regels en afspraken (meedoen aan gesprekken in de groep, nakomen van afspraken die in de groep gemaakt zijn, spelen er werken in gemengde groepen).

  1. de school als pedagogisch normatief instituut

d.m.v. het bewust ontwikkelen van een normbesef bij kinderen, bespreekbaar maken en bediscussiëren van opvattingen en uitingen.

  1. de school midden in de samenleving

d.m.v. contacten met maatschappelijke en culturele organisaties, kerken, musea, acties voor goede doelen

  1. kennis van politieke en maatschappelijke praktijken (monarchie, dictatuur, democratie, gemeentebestuur en landsbestuur).

d.m.v. aandacht voor actuele gebeurtenissen, 5 mei, verkiezingen

  1. Europees en wereldburgerschap

d.m.v. uitwisseling met andere scholen, culturele en derdewereld projecten, ontwikkelingswerk.

 

Op onze school geven wij vorm aan het bovenstaande middels:

-       Schoolvieringen

-       Projecten

-       Catechesemethode

-       Intercultureel onderwijs

-       Excursies

Voor meer informatie verwijzen we naar ons beleidsdocument, het Burgerschapsprotocol.

 

 


  1. 3.   Ondersteunende processen

 

3.1 Bestuurlijke organisatie

Onze school maakt, samen met 21 andere scholen voor basis- en speciaal onderwijs, deel uit van SCOS. Het bevoegd gezag wordt gevormd door een tweehoofdig College van Bestuur; daarnaast kent de stichting een Raad van Toezicht en een klein bestuursbureau.

Het bestuur is verantwoordelijk voor de integrale beleidsafwegingen, voor het werkgeverschap van alle personeelsleden en voor de goede gang van zaken binnen de stichting. Het bestuur bestuurt op hoofdlijnen. Deze hoofdlijnen zijn aangegeven in het strategische beleidsplan (zie www.scos-salland.nl). Binnen de vastgestelde kaders heeft onze school een grote mate van vrijheid en ruimte om eigen beleid te realiseren, eigen keuzes te maken en eigen prioriteiten te stellen. Tot die beleidsruimte behoort nadrukkelijk ook de inzet van financiën en personeel.

Afstemming van het beleid vindt op stichtingsniveau plaats tussen het bestuur en de GMR, op schoolniveau tussen de directeur en de MR.

 

3.2 Financieel beleid

De financiën van onze school zijn ervoor om ons in staat te stellen goed onderwijs te verzorgen. Onze financiële beslissingen worden ook in dat licht genomen en beoordeeld. Binnen het beschikbare budget en de beleidskaders van de stichting legt onze school haar financiële keuzes en prioriteiten vast in een jaarbegroting en een meerjarenperspectief; deze worden door de school opgesteld en besproken met de MR. Na goedkeuring door het bestuur is de jaarbegroting een taakstellend beleidsinstrument voor de directeur van de school. De eerste controle op de bestedingen wordt uitgevoerd door het administratiekantoor, OSG in Arnhem. Daar worden ook de overzichten vervaardigd die de directeur gebruikt om de realisatie van de begroting te sturen en te bewaken. Het bestuur volgt gedurende het jaar de ontwikkelingen op hoofdlijnen. Na afloop van het boekjaar worden de jaarcijfers gepubliceerd en van een toelichting voorzien door de directeur. Een externe accountant voert achteraf een voorgeschreven controle uit.

 

Personele kosten vormen het grootste deel van de schoolbegroting. Voor een groot deel liggen de personele uitgaven op voorhand vast. Binnen beperkte marges heeft onze school echter de financiële mogelijkheden om personele keuzes te maken, met name door de inzet van het zgn. budget voor personeelsbeleid (zie ook 3.4).

 

3.3 Huisvesting

Onderwijshuisvesting is primair een zaak van de gemeente; ons gebouw is ons door de gemeente beschikbaar gesteld. Met de middelen die daarvoor bestemd zijn maken wij eigen keuzes om ervoor te zorgen dat ons gebouw zo goed mogelijk bijdraagt aan het bereiken van onze onderwijskundige doelen. Hieronder staat een aantal voorbeelden van hoe we in het gebouw keuzes maken met eigen middelen:

  • Het gebruik en de inrichting van onze grote centrale hal. Deze is beredeneerd multifunctioneel ingericht voor groepswerk, handvaardigheid, computergebruik en voor uitvoeringen op creatief en cultureel vlak;
  • De mogelijkheid om de wanden tussen de groepslokalen en de centrale hal te kunnen openen;
    • De speelwerkverdiepingen die we in 3 groepen in gebruik hebben, om zodoende extra hoeken en uitdagende speel- en werkplekken te kunnen creëren.

Het onderhoud van ons gebouw gebeurt onder de verantwoordelijkheid van de directeur. Voor nieuwbouw, uitbreiding en groot onderhoud moet een beroep op gemeentelijke middelen worden gedaan; het overleg hierover wordt door het bestuur of de directeur gevoerd met de gemeente.

3.4 (integraal) Personeelsbeleid

Personeelsbeleid wordt op SCOS niveau ontwikkeld en vastgesteld. Dit is een voorwaarde om mobiliteit in de stichting mogelijk te maken. Binnen onze stichting is gekozen voor integraal personeelsbeleid (IPB). Integraal personeelsbeleid staat voor het systematisch afstemmen van de kennis en vaardigheden van medewerkers op de visie en missie en op de hiervan afgeleide inhoudelijke, onderwijskundige en organisatorische doelen van de school. Het is het antwoord op de vraag: ‘Wat voor school willen en kunnen we zijn of worden?’ Het duidelijk communiceren over deze doelstellingen en daaraan gerelateerde beleidskeuzen met het personeel zorgt ervoor dat eenieder weet waar de schoolorganisatie voor staat en in welke richting er gewerkt wordt. Het met elkaar in gesprek komen en blijven is essentieel voor de uiteindelijke kwaliteit van het integraal personeelsbeleid. Om IPB vorm te geven, maken wij gebruik van een groot aantal instrumenten. Door samenhang in de vormgeving van en het omgaan met instrumenten aan te brengen, kunnen ze elkaar versterken en optimaal bijdragen aan zowel de ontwikkeling van de medewerkers als ook aan de realisatie van de doelen van de school. Alle betrokkenen in de organisatie (bestuur, schoolmanagement, medezeggenschapsraden en medewerkers) leveren ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid en met voldoende vaardigheden een bijdrage aan het realiseren van het personeelsbeleid. Om IPB op schoolniveau vorm te kunnen geven, beschikken de directeuren over het budget voor personeelsbeleid. Ook bovenschools hebben we die geoormerkte middelen. Met dit budget kan ieder niveau zijn doelen (deels) realiseren.

 

Doelen van IPB

  1. Professionele ontwikkeling

Het invoeren en verder vorm geven aan integraal personeelsbeleid in het onderwijs is een

van de mogelijke antwoorden op de eerdergenoemde ontwikkelingen. IPB kan ertoe bijdragen dat medewerkers, met behulp van het bestuur en het schoolmanagement, blijvend zorg en aandacht besteden aan hun professionele ontwikkeling, zodat zij een wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan het realiseren van de doelen van de school en het onderwijs. Blijvende aandacht voor kwaliteit en kwaliteitsverbetering en het blijven inspannen om een goed antwoord te vinden op de veranderende omstandigheden, is noodzakelijk binnen het onderwijs;

  1. Aantrekkelijk zijn

Daarnaast kan IPB een bijdrage leveren om het werken in het onderwijs uitdagend, interessant en aantrekkelijk te houden voor de huidige en toekomstige medewerkers. Om het aanbod van goed gekwalificeerd en gemotiveerd personeel voor nu en in de toekomst veilig te stellen, zal men meer dan voorheen aandacht moeten schenken aan individuele ontplooiingsmogelijkheden en loopbaanwensen. In een platte organisatie, zoals een school, zal het idee van verticale gerichtheid van loopbanen plaats moeten maken voor het gezichtspunt dat een loopbaan een beweging in allerlei richting betekent: verbreding en verdieping van de loopbaan. Soms binnen, maar ook

wel buiten de eigen schoolorganisatie. Er wordt zo optimaal mogelijk gebruik gemaakt van de menselijke factor binnen de totale organisatie, zodat de school een aantrekkelijke werkomgeving wordt en blijven. Tenslotte zijn en blijven de mensen in de organisatie het kapitaal van onze organisatie.

 

Instrumenten van IPB

Bij IPB gaat het om die vorm van personeelsbeleid waarin de persoonlijke  ontwikkelingsmogelijkheden en loopbaanwensen van het personeel in relatie worden gebracht met de strategische en inhoudelijke doelstellingen van de school, waarbij de personeelsinstrumenten systematisch worden ingezet om deze relatie te volgen en te beïnvloeden.

Binnen de SCOS onderscheiden wij denken wij aan de volgende instrumenten:

  1. Vervangingspool
  2. Interne mobiliteit en loopbaanontwikkeling
  3. Arbo beleid  / ziekteverzuimbeleid
  4. Functioneringsgesprekken
  5. Beoordelingsbeleid
  6. Professionaliseringsbeleid, nascholing, training
  7. Persoonlijke ontwikkeling
  8. Begeleiding startende leerkracht
  9. Beleid van tijdelijke naar vaste aanstelling
  10. Competentiebeleid
  11. Werving en selectie
  12. Doelgroepenbeleid (o.a. ouderenbeleid)
  13. Beloningsbeleid
  14. Functiedifferentiatie
  15. Taakbeleid
  16. Deeltijdarbeid

 

Voor de cursief vermelde items geldt dat er (nog) geen vastgesteld beleid op papier aanwezig is. Dit betekent overigens niet dat er geen voorbeelden van good-practice of mondelinge afspraken zijn.

De overige items zijn uitgewerkt in de bundel bestuursbesluiten, waarvan een exemplaar op school aanwezig is en waarvan een digitale versie actueel wordt gehouden via de website van SCOS. 

 

3.5  Interne communicatie

Op onze school vinden we de interne communicatie van groot belang. Het gaat erom betrokkenheid te creëren van de medewerkers op het werk en op het schoolgebeuren om op die manier de kwaliteit van de school te optimaliseren. Daarom zorgt de schoolleiding voor een heldere vergaderstructuur en worden er effectieve hulpmiddelen gebruikt. Onze afspraken zijn:

  1. We werken met een vergadercyclus waarin regelmatig zijn opgenomen:
  2. De OR vergadert gemiddeld 1 x per maand, hierbij is één van de leerkrachten aanwezig
  3. De MR vergadert gemiddeld 1 x per maand, hierbij is in de regel de directeur (deels) aanwezig
  4. We gebruiken effectieve middelen voor de communicatie: postvakken, memobord, e-mail, telefonisch en persoonlijk contact.
  • teamvergadering
  • bouwvergadering
  • zorgvergadering (leerling-bespreking en LVS/CITO-resultaten)
  • intervisie(vergadering)
  • werkgroepvergadering
  • daarnaast worden er onderlinge “maatjesgesprekken” ingeroosterd en worden follow-up gesprekken tussen de groepsleerkrachten en de intern begeleider gehouden.

Wat betreft communicatie vinden we het volgende belangrijk:

  1. Zaken worden op de juiste plaats besproken;

b.      Vergaderingen worden goed voorbereid;

  1. Op vergaderingen is sprake van actieve deelname;
  2. In beginsel spreekt iedereen namens zichzelf;
  3. We streven naar een open sfeer, waarin met respect voor elkaar, alles ter sprake moet kunnen komen;

g.      We geven elkaar respectvolle feedback en accepteren ook feedback van anderen.

Evaluatie: jaarlijks binnen de teamvergadering/ evaluatievergadering en eens per 4 jaar binnen de WMK systematiek (zie Hoofdstuk 5.11, evaluatieplan)

Verbeterpunten:

-       Een open en veilige sfeer in stand houden, door meer rekening te houden met elkaars (communicatie)behoeften;

-       Het leren geven en ontvangen van respectvolle feedback aan elkaar (Zie hiervoor Hoofdstuk 6).

Beoordeling

Door middel van WMK enquêtes, vragenlijsten, functioneringsgesprekken, evaluatievergaderingen  en studiedagen, meten we de tevredenheid en de wensen op dit punt. Dit gebeurt jaarlijks kort en uitgebreid in de jaren dat de voor dit punt relevante WMK kaarten worden ingezet. Zie hiervoor hoofdstuk 5.11, het evaluatieplan.

 

3.6  Communicatie met ouders

Wij vinden het belangrijk, dat de school een veilige en verzorgde omgeving is voor de leerlingen en de medewerkers. Een omgeving waarin iedereen zich geaccepteerd voelt en waar het plezierig samenwerken is. Onze school is een school die open staat voor ouders. We proberen ouders optimaal te informeren en te betrekken bij de dagelijkse gang van zaken. Goede contacten met ouders vinden wij van groot belang, omdat school en ouders dezelfde doelen nastreven: de algemeen menselijke en de cognitieve ontwikkeling van (hun) kinderen. Ouders zien we daarom als gelijkwaardige gesprekspartners. Voor de leraren zijn de bevindingen van de ouders essentieel om het kind goed te kunnen begeleiden. En voor de  ouders is het van belang dat zij goed geïnformeerd worden over de ontwikkeling van hun kind. Onze afspraken zijn:

 

  1. De school ziet er verzorgd uit;
  2. De school is een veilige school;
  3. Leraren (onderling) en leerlingen (onderling) gaan respectvol met elkaar om;
  4. Ouders ontvangen maandelijks een nieuwsbrief;
  5. De school organiseert jaarlijks waar mogelijk een ouderavond (thema-avond);
  6. De school staat altijd open - de leraren zijn voor- en na lestijd zoveel mogelijk bereikbaar;
  7. Ouders worden betrokken bij schoolactiviteiten;
  8. Leraren stellen zich op de hoogte van de opvattingen en verwachtingen van de ouders;
  9. Ouders worden betrokken bij (extra) zorg;
  10. Ouders (en hun kinderen) worden adequaat voorbereid op het vervolgonderwijs;
  11. Ouders worden adequaat op de hoogte gesteld van de ontwikkeling van hun kind;
  12. Leraren stimuleren ouders tot onderwijsondersteunend gedrag in de thuissituatie.

 

Evaluatie:

De afspraken (doelen) worden 1 x per vier jaar beoordeeld door de directie, het team en de ouders, middels een WMK oudervragenlijst (zie Hoofdstuk 5.11, evaluatieplan)

 

Verbeterpunten:

  • Vaker de mening van ouders peilen indien nodig (middels extra peilingen);
  • Betere communicatie met ouders over de verbeterpunten van de school (via informatieavonden en de nieuwsbrief).

 

3.7 Externe contacten: netwerkvorming

De school onderhoudt systematische (gereguleerde) contacten met:

  • collega-scholen binnen en buiten SCOS;
  • de gemeente Raalte;
  • hulpverleningsinstanties;
  • leveranciers;
  • opleidingsinstituten;
  • school advies- en begeleidingsdiensten;
  • lokale midden- en kleinbedrijf;
  • lokale media;
  • sport- en cultuurverenigingen;
  • beroepsverenigingen.

We gebruiken voor een eigen overzicht een zogenaamde “Sociale kaart”.

 

Evaluatie: jaarlijkse actualisering van externe contacten en aard van dit contact. 

Verbeterpunt:

  • Blijven investeren in de relatie met lokale midden- en kleinbedrijf (o.a. middels contacten via de ouders/ verzorgers van leerlingen van De Rietkraag die in deze sectoren werkzaam zijn).

 

 

 


 

4.  Kwaliteitszorg

 

4.1 Uitgangspunten en inrichting van kwaliteitszorg

Onze school onderscheidt kwaliteit en kwaliteitszorg. We streven kwaliteit na (zie de afspraken bij de verschillende beleidsterreinen) en we zorgen ervoor, dat de kwaliteit op peil blijft: we beoordelen de afspraken systematisch en cyclisch (zie evaluatieplan) en op basis van de bevindingen verbeteren of borgen we onze kwaliteit. Van belang is ook, dat onze kwaliteitszorg gekoppeld is aan het integraal personeelsbeleid. We streven ernaar, dat onze medewerkers competenties ontwikkelen die gerelateerd zijn aan de beleidsterreinen die we belangrijk vinden. Daardoor borgen we dat de schoolontwikkeling en de ontwikkeling van onze ze medewerkers  parallel verloopt. Onze afspraken (zie kwaliteitskaart) m.b.t. kwaliteitszorg zijn:

De kwaliteitszorg op onze school voldoet aan de volgende zes eisen die de inspectie stelt ten aanzien van kwaliteitszorg. Deze indicatoren geven ons richting bij het vormgeven aan de zorg voor kwaliteit.

  1. De school heeft inzicht in de verschillen in onderwijsbehoeften van haar leerlingpopulatie;
  2. We beschikken over doelen (afspraken) bij diverse beleidsterreinen;
  3. De school evalueert stelselmatig de kwaliteit van haar opbrengsten en of de verbeterplannen gerealiseerd zijn;
  4. We borgen onze kwaliteit (o.a. door zaken op schrift vast te leggen);
  5. De school rapporteert aan belanghebbenden (inspectie, bevoegd gezag, GMR en ouders) inzichtelijk over de gerealiseerde kwaliteit van het onderwijs;
  6. We laten de kwaliteit van onze school cyclisch beoordelen door ouders, leerlingen en leraren

Deze punten lichten we op de volgende bladzijde nader toe.

Op onze school zijn de volgende uitgangspunten leidend voor de wijze waarop wij vorm geven aan kwaliteitsbeleid:

  • De schoolleiding stuurt de kwaliteitszorg aan. De directeur van de school speelt een cruciale rol als het gaat om de aansturing van kwaliteitszorg. Uiteraard is de zorg voor de (eigen) kwaliteit een zorg die bij iedere medewerker of betrokkene van de school hoort te liggen, maar de wijze waarop de school de kwaliteit bepaalt, bewaakt en bevordert is de verantwoordelijkheid van de schoolleiding.
  • De kwaliteitszorg is verbonden met de visie op leren en onderwijzen zoals geformuleerd in het schoolplan. De kwaliteitszorg van onze scholen richt zich op de doelen van SCOS en de doelen van de school. Daar willen we voor staan en daar mogen anderen ons op aanspreken.
  • De schoolleiding zorgt voor een professionele schoolcultuur. Voor een professionele schoolcultuur is een professionele schoolleiding nodig, die kan beschikken over professionele medewerkers. Om de medewerkers zo goed mogelijk te kunnen faciliteren en begeleiden bij hun taak op school, heeft het SCOS in de afgelopen jaren impulsen gegeven aan Integraal PersoneelsBeleid (IPB).
  • Bij de zorg voor kwaliteit zijn personeel, directie, leerlingen, ouders/verzorgers en bestuur betrokken. In dit schoolplan wordt aangegeven op welke wijze de diverse groepen hierbij betrokken worden.
  • De kwaliteitszorg kan niet los gezien worden van het toezicht van de onderwijsinspectie. Er is in ieder geval afstemming met het toetsingskader van de inspectie.
  • Het gaat bij de kwaliteitszorg niet alleen om het verzamelen van informatie en hanteren van instrumenten. Het gaat veel meer om het analyseren van de verkregen gegevens en daar een waarde oordeel aan koppelen.

 

Binnen SCOS vinden alle scholen dat de kwaliteit van een school in hoge mate te maken heeft met de volgende elementen:

Visie: de school heeft een duidelijke onderwijsvisie en draagt die visie gezamenlijk uit,

Competenties personeel: de school heeft gemotiveerde en betrokken leerkrachten,

Verantwoording: de school is transparant en verantwoordt wat ze doet,

Communicatie: de school kent een heldere overlegstructuur en goede informatievoorziening,

Schoolleiding: school heeft bevlogen en deskundige leiding

Cultuur: de school heeft een goed veilige sfeer, kinderen gaan met plezier naar school,

Ouders: school en ouders zien elkaar als partners in opvoeding en onderwijs,

Ontwikkeling: de school werkt voortdurend aan ontwikkeling en groei van kinderen en personeel.

Verder: er is een ontspannen sfeer, waar veel gelachen wordt.

Uitwerking kwaliteitszorg op KBS De Rietkraag aan de hand van de inspectie-eisen:

 

  1. De school heeft inzicht in de onderwijsbehoeften van haar leerlingen

 

-       De streek: er wordt op school extra aandacht besteed aan woordenschat. Er wordt gekeken naar de opleiding van ouders.

-       Er is waar nodig een warme overdracht van de peuterspeelzaal. Er is ontwikkeling gaande om de overgang van de peuterspeelzaal of kinderdagverblijfperiode naar het basisonderwijs  tot een doorlopende lijn te maken (Hierover zijn we als school ingedeeld in een VVE cluster, met daarbij horend overleg en afspraken).

-       Bij de intake vindt er een gesprek met ouders plaats waarin kansen en bedreigingen worden besproken. In een huisbezoek voorafgaande aan instroming op school worden onderwijsbehoeften besproken.

-       Op schoolniveau worden trendanalyses gemaakt middels het LVOS en geanalyseerd.

-       Van de groepen wordt een groepsoverzicht gemaakt, waaruit een groepsplan voortvloeit.

-       Er worden structureel follow up gesprekken gevoerd tussen de groepsleerkracht en de IB-er. Daarin worden zowel de betreffende groep als ook individuele leerlingen doorgesproken om hier waar nodig een plan op te zetten. Scores van toetsen, streefdoelen en trendanalyses komen daar aan bod. Tevens zijn er structurele leerling-besprekingen ingepland met het gehele team, waardoor een doorgaande lijn beter gewaarborgd wordt.

 

  1. De school evalueert jaarlijks de resultaten van haar leerlingen

 

-       Er is tweemaal per jaar een CITO bespreking met het gehele team. Hierin komen o.a. resultaten en trendanalyses aan bod en worden groeps- en groepsoverstijgende afspraken gemaakt.

-       Het katern opbrengsten wordt tweemaal per jaar ingevuld door de IB-er. De resultaten hiervan worden besproken met de directeur en waar nodig ook met betreffende groepsleerkrachten of met het gehele team.

-       Interventies waar nodig bij kinderen, leerkrachten, groepen of vakgebieden.

 

  1. De school evalueert regelmatig het onderwijsleerproces

 

-       Dit gebeurt aan de hand van onderlinge klassenbezoeken en aan de hand van klassenbezoeken door de directeur.

-       BAS documenten met kijkwijzers en afspraken zijn hierbij een belangrijk onderwerp.

-       In bouwoverleg en teamvergaderingen.

-       Middels video- interactiebegeleiding door de IB-er.

-       Jaarlijks in de functioneringsgesprekken.

-       Jaarlijks in de evaluatievergadering / op de evaluatiedag

 

  1. De school werkt planmatig aan verbeteractiviteiten

 

-       Hieraan voorafgaand is er zelfonderzoek, of worden als (nul)metingsinstrument WMK kaarten of Quickscans gebruikt. Verder worden aanbevelingen uit visitaties en inspectierapporten ter harte genomen. Een uitgebreid overzicht staat onder hoofdstuk 4.2 verwoord.

-       Hierop volgt de invulling van een nieuw Schoolplan met de hoofdlijnen van het plan van aanpak.

-       Dit wordt nader uitgewerkt in, per schooljaar, een Jaarplan (en als verantwoording een jaarverslag).

-       Hierop aansluitend maakt de directeur een vergaderoverzicht met de onderwerpen corresponderend met dit Jaarplan.

-       Van de vergaderingen worden notulen gemaakt en worden de afspraken vastgelegd,  geëvalueerd en waar nodig bijgesteld.

 

 

 

 

 

  1. De school borgt de kwaliteit van het onderwijsleerproces

 

-       Er worden notulen van vergaderingen en afspraken vastgelegd.

-       Belangrijke zaken worden met elkaar gedeeld in een onderlinge “memo”, zodat mensen snel op de hoogte zijn van belangrijke afspraken en besluiten.

-       Protocollen en beleidsstukken zijn zowel digitaal als in een papieren map opgeslagen en worden na verloop van tijd (eens in de 4 jaar) met het team geëvalueerd. Dit geldt ook voor alle BAS – afspraken. Hiervoor zijn proceseigenaren benoemd.

-       Er is jaarlijks een evaluatiedag(deel) ingeroosterd.

 

  1. De school verantwoordt zich aan belanghebbenden over de gerealiseerde onderwijskwaliteit

 

-       Dit gebeurt middels het Jaarverslag, via de Schoolgids, de nieuwsbrieven, aan de onderwijsinspectie en aan het SCOS bestuur.

-       De komende jaren wordt er een digitaal systeem gerealiseerd waarbij benchmarking met andere SCOS scholen tot de mogelijkheden behoort. Het bestuur heeft hier ook toegang toe.

 

  1. De school draagt zorg voor de kwaliteit van het onderwijs gericht op bevordering van actief burgerschap en sociale integratie, met inbegrip van het overdragen van kennis over en kennismaking met de diversiteit van de samenleving

 

Hiervoor hebben we een beleidsstuk “Burgerschap” samengesteld.

 

4.2 Bepaling van de kwaliteit (diagnose)

Om te weten hoe het gesteld is met de kwaliteit van ons onderwijs, gebruiken we gegevens uit onderstaande gesprekken en systemen. Op basis van de gegevens maken wij een analyse en zetten de nodige actiepunten uit voor de komende jaren. Om gegevens te krijgen maken we gebruik van de volgende middelen:

  1. a. Gesprekken met leerkrachten
    Binnen de gesprekscyclus worden doelstellingengesprekken (POP gesprekken) en functioneringsgesprekken gehouden tussen medewerkers en de directeur. Het doel van deze gesprekken is de kwaliteit te vergroten en het welbevinden van de medewerkers te verhogen. De directeur heeft dit type gesprek met de algemeen directeur.
  2. b. Klassenbezoeken
    De directeur houdt tenminste jaarlijks klassenbezoeken. De bezoeken staan in het teken van een vooraf gesteld doel op het gebied van pedagogisch klimaat of didactisch handelen.
  3. c. Schooltoezicht inspectie
    Regelmatig bezoekt de inspectie de school. Van deze bezoeken wordt een rapport gemaakt dat informatie geeft over de stand van zaken ten aanzien van de kwaliteit van ons onderwijs.
  4. d. Leerlingvolgsysteem
    Het leerlingvolgsysteem geeft, op basis van methodeonafhankelijke toetsen, informatie over de vorderingen van de leerlingen van de school.
  5. e. Onderlinge visitatie

De komende tijd wordt visitatie door andere SCOS scholen binnen onze stichting structureel ingevoerd, als vast onderdeel van kwaliteitszorg. Binnen de directeurenraad zal gesproken worden over de wijze van invoering, te hanteren systematiek, tijdpad en zaken als facilitering en gezamenlijke introductie en training.

  1. f. Schooldiagnose instrument kwaliteit
    De SCOS-scholen kozen voor het instrument “werken met kwaliteitskaarten”(WMK) van Cees Bos. De nieuwe versie van deze kwaliteitstoets is voor alle scholen aangeschaft.
  2. g. Ouderenquête

Tenminste eenmaal per vier jaar wordt een uitgebreide ouderenquête gehouden. In deze enquête wordt de mening van ouders gevraagd over de kwaliteit van onze school en de tevredenheid over de school. Daarnaast vindt er jaarlijks een kortere peiling onder (een gedeelte van) de ouders plaats t.a.v. deelgebieden.

  1. h. Leerling vragenlijst

Eens in de 4 jaar zal aan de groepen 5 t/m 8 een gestandaardiseerde WMK vragenlijst worden voorgelegd (mondeling of schriftelijk).

  1. i. Tevredenheid onderzoek personeel
    In het schooljaar 10/11 is er binnen WMK een leerkrachtenvragenlijst gescoord door het personeel.

 

  1. j. Kwaliteitsrooster Bouwen aan een Adaptieve School (BAS)

Het schoolontwikkelingstraject BAS kent modulegewijs een borging van de kwaliteit door volgens een rooster de documenten met afspraken en succesindicatoren te ijken aan de praktijk. Jaarlijks komen zo een aantal eerder behandelde BAS-cellen aan de orde.

De resultaten van e t/m j zullen bovenschools worden verzameld en ter beschikking komen van de scholen en het bestuur. De onderdelen f t/m j worden gekoppeld aan de cyclus van de schoolplannen.

In het algemeen zullen instrumenten, die onze school gebruikt voor zelfevaluatie, aan de volgende criteria voldoen:

  • Dekking: is er voldoende dekking ?
  • Relevantie: zijn het onderdelen waar ook de inspectie naar kijkt ?
  • Betrouwbaarheid: zijn de resultaten voldoende representatief ?
  • Normering: waar leg je de lat, wanneer ben je tevreden ?

 

Om alle onderdelen die betrekking hebben op onze school te kunnen meten en analyseren, maken we gebruik van een ordeningskader. Hiervoor gebruiken wij het toetsingskader van de inspectie.

 

Aandachtsveld:

Instrumenten

die we hier voor gebruiken

Aanbod:

Inhoud:

-         voldoet het aanbod aan de wettelijke eisen / kerndoelen en zijn er afspraken vastgelegd hoe men met de methode werkt. Voldoet het aanbod aan de doorgaande lijn.

Betrouwbaarheid:

-         Is er een oordeel van buiten de school hier over of een beschrijving door een externe instantie

c. toezicht inspectie

f. schooldiagnose

Tijd:

Inhoud:

-         voldoet het aan de wettelijke eisen.

Betrouwbaarheid:

-         Is er een analyse van de verdeling van de tijd over de vakken (en is er een samenhang met die keuze en de kenmerken van de leerlingpopulatie).

c. toezicht inspectie

f. schooldiagnose

Pedagogisch en didactisch handelen:

Inhoud:

-         de evaluatie moet de kernindicatoren dekken.

Betrouwbaarheid:

-         Is er een oordeel van de leerlingen hier over en/of een externe visitatie en is er een analyse van de school van die gegevens.

c. toezicht inspectie

e. visitatie

f. schooldiagnose

h. leerlingvragenlijst

Schoolklimaat:

Inhoud:

-         hoe wordt de schoolveiligheid door leerlingen, ouders  en leerkrachten ervaren.

Betrouwbaarheid:

-         Minimaal een beoordeling van ouders en leerlingen

f. schooldiagnose

g. oudervragenlijst

h. leerlingvragenlijst

i. leerkrachtenvragenlijst

Zorg en begeleiding:

Inhoud:

-         Uitspraken over signalering, diagnose en het begeleiden van zorgleerlingen (handelingsplannen).

Betrouwbaarheid:

-         Minimaal beoordeling door ouders of door een externe instantie.

c. toezicht inspectie

e. visitatie

f. schooldiagnose

g. oudervragenlijst

Opbrengsten:

Inhoud:

-         genormeerde toetsuitslagen

Betrouwbaarheid:

-         Eigen evaluatie: welke norm hanteert de school (hoe hoog wordt de lat gelegd). Wat vindt de school van de uitslagen ?

c. toezicht inspectie

d. leerlingvolgsysteem

f. schooldiagnose

 

Aanvullend willen wij daaraan nog twee aspecten toevoegen:

 

Leiderschap:

De manier waarop de leiding van de schoolorganisatie de koers bepaalt, deze vertaalt naar de dagelijkse werkelijkheid en in steeds wisselende omstandigheden vernieuwt om de overeengekomen strategie en doelstellingen te realiseren.

ontwikkel assessment directeuren

gekoppeld aan persoonlijke coaching

Waardering

door de maatschappij:

Hoe beoordeelt de maatschappij, de inspectie, externe betrokkenen, het bestuur de inspanningen van de schoolorganisatie.

door medewerkers:

Hoe ervaren, beleven en waarderen de medewerkers de inspanningen van de organisatie om een aantrekkelijke werkgever te zijn.

door deelnemers:

Hoe waarderen ouders en kinderen de inspanningen van de schoolorganisatie om aan hun eisen en wensen te voldoen

c. toezicht inspectie

f. schooldiagnose

SCOS jaarverslag

i. tevredenheidsonderzoek personeel/ lerarenvragenlijst

g. oudervragenlijst

h. leerlingvragenlijst

4.3 Beleidscyclus

Het kwaliteitsbeleid binnen onze organisatie kent een cyclisch proces, waarbij wij gebruik maken van de kwaliteitscyclus via de zgn. PDCA cirkel.

P: PLAN

  • Kwaliteitsbepaling: visie ontwikkelen en doelen stellen: wanneer zijn we tevreden ?

Beslis wat je belooft.

  • Kwaliteitsplanning: opschrijven hoe je het gaat doen.

Formulering van het gewenste resultaat en hoe (en wanneer) getoetst gaat worden of het gewenste resultaat is bereikt.

D: DO

  • Formulering
  • Kwaliteitsbeheersing: afspraken uitvoeren.
  • Doe wat je hebt opgeschreven.

C: CHECK

  • Kwaliteitsbewaking: kijk of het gelukt is.
    • Organiseren van feedback en daarop reflecteren.

A: ACT (of: ADAPT)

  • Kwaliteitsrapportage: leg verantwoording af.
  • Bijstelling: kan en moet het beter.
  • Borgen en bijstellen waarna de school aan de volgende verbetering kan beginnen en de cirkel opnieuw doorlopen wordt.

De instrumenten (zoals hier boven beschreven) zijn het beginpunt. Op basis van de gegevens uit de inventarisatie wordt een plan gemaakt voor de komende periode, wordt het plan zoals beschreven uitgevoerd, wordt een evaluatie gehouden en worden zo nodig nieuwe afspraken gemaakt. Na het doorlopen van de stappen binnen deze cirkel is het van belang dat veranderingen en verbeteringen geborgd worden. Zonder borging lopen we de kans na een aantal jaren weer van voren af aan te moeten beginnen. De evaluatie-instrumenten worden cyclisch in een periode van 3 of 4 jaar afgenomen. De stappen die De Rietkraag vervolgens zet, worden opgenomen in de meerjarenplanning van onze school als onderdeel van dit schoolplan (zie hoofdstuk 5).

De volgende instrumenten worden in de komende jaren ingezet:

Instrument     / Jaar van afname

2011/2012

2012/2013

2013/2014

2014/2015

personeelsvragenlijst

X

oudervragenlijst

X

leerlingvragenlijst

X

vragenlijst naar sociale veiligheid

X

collegiale visitatie door SCOS collega’s

In 2011 werd De Rietkraag voor het laatst gevisiteerd

X

4.4 Keuze in kwaliteitskaarten

Binnen onze stichting is gekozen om te werken met de kwaliteitskaarten van dhr. C.Bos. Dit zijn de zogenaamde “WMK-kaarten”. De school maakt uit de hoeveelheid kaarten (mede op basis van de quickscan en de enquêtes) een keuze voor de komende vier jaar. Naast de eigen keuze die de school kan maken, worden in ieder geval door alle scholen de kaarten “pedagogisch klimaat”, “didactisch handelen” en “beroepshouding” behandeld. Voor de planning zie Hoofdstuk 5.11, het evaluatieplan.

 

4.5 Verantwoording en rapportage

Van het gehele proces zoals dat hier boven is beschreven (resultaten, verandering, evaluatie), leggen wij tevens verantwoording af aan de belanghebbenden. Bovendien hebben alle onderdelen een cyclisch verband. Binnen de gezamenlijke afspraken die binnen SCOS gemaakt worden, kunnen we als Rietkraag zelf keuzes maken. We zijn zelf verantwoordelijk voor de inrichting van de kwaliteitszorg.

Verantwoordelijk zijn, betekent voor ons ook: verantwoording afleggen. Op Stichtingsniveau wordt er jaarlijks door het bestuur verantwoording afgelegd aan de Raad van Toezicht, aan de deelnemende scholen, en aan gemeentelijke instanties en relaties. Dit gebeurt d.m.v. een jaarverslag, waarin de relevante kengetallen op de verschillende beleidsterreinen zijn opgenomen.

 

Op schoolniveau wordt door ons jaarlijks verantwoording afgelegd over de kwaliteit van het onderwijs. Als school zijn we verantwoording schuldig aan de leerlingen en hun ouders; het bestuur; de collega-scholen; en de inspectie van het onderwijs als vertegenwoordiger van de maatschappij.

De leerlingen en ouders worden geïnformeerd over het onderwijs en de gerealiseerde kwaliteit via de schoolgids en/of de nieuwsbrief. Daarnaast worden de ouders en leerlingen uiteraard uitgebreid geïnformeerd over de uitkomsten van de tevredenheidmetingen die onder deze groepen worden gehouden. In deze rapportage wordt tevens opgenomen wat er met de uitkomsten in de komende jaren gedaan wordt. De inspectie wordt geïnformeerd via dit beleidsplan en middels een aantal stukken waarnaar in dit document wordt verwezen.

Op onze school is de verantwoording als volgt geregeld:

verticaal toezicht

  • de jaarrekening (verantwoording naar het bestuur);
  • jaarlijks monitorgesprek (en verslag) met het bestuur;
  • tweejaarlijks bezoek van het bestuur aan de school;
  • het jaarverslag (verantwoording naar ouders en bestuur);
  • rapportage inspectie (verantwoording aan de overheid).

 

Horizontaal toezicht

Bij meervoudig publieke verantwoording legt de school verantwoording af aan al haar belanghebbenden. Aan:

  • de ouders via de schoolgids (o.a. rapportage van schoolresultaten aan ouders);
  • de collega SCOS scholen (via overzichten van quickscan en vragenlijsten en via verslagen van de collegiale visitaties);
  • de toeleverende scholen (komen onze leerlingen goed terecht?);
  • de hulpverlenende instanties (werken wij goed samen?);
  • de buurt (bezorgen onze leerlingen geen overlast, kan de buurt gebruik maken van onze faciliteiten?).

In het algemeen zijn belanghebbende organisaties of personen diegenen die beïnvloed worden door de school of die invloed uitoefenen op de school.

 

Klachtenregeling

SCOS beschouwt een goede klachtenregeling als wezenlijk onderdeel van kwaliteitsbeleid. Op alle scholen zijn contactpersonen aangesteld en in de schoolgids van onze scholen is informatie opgenomen over de klachtenregeling. Op bestuursniveau zijn er drie vertrouwenspersonen.

Als organisatie dragen wij er zorg voor dat de ervaringen met klachtafhandeling (zowel in het informele als formele traject) worden benut als materiaal voor de school als lerende organisatie.

 


 

5.  Evaluatie

In het kader van een zgn. “nulmeting” voor dit schoolplan hebben wij de volgende evaluatiegegevens gebruikt.

5.1 Zelfevaluatie

In het voorjaar van 2009 is een uitgebreide WMK oudervragenlijst afgenomen, in 2010 een WMK leerlingenvragenlijst en in 2011 een WMK teamvragenlijst. Daarnaast zijn de onderstaande kwaliteitskaarten en Quickscans vanuit WMK door ons aangemaakt en afgenomen. De uitkomsten/ resultaten van deze vragenlijsten, kaarten en Quickscans, hebben we in vergaderingen en op studiedagen geëvalueerd en uitgezet in beleidsafspraken over de jaren. Een aantal veranderingen is inmiddels al verwezenlijkt. Deze staan omschreven in de afzonderlijke jaarplannen en jaarverslagen van de afgelopen jaren. De andere punten worden meegenomen in deze schoolplanperiode.

De volgende WMK kaarten en Quickscans werden de afgelopen jaren gescoord:

  1. Kwaliteitszorg
  2. Aanbod
  3. Pedagogisch Handelen
  4. Didactisch Handelen
  5. Afstemming
  6. Schoolklimaat (inclusief sociale veiligheid)
  7. Zorg en begeleiding (en toetsinstrumenten)
  8. Opbrengsten
  9. Interne communicatie
  10. De schoolleiding
  11. Beroepshouding
  12. (actief) burgerschap en (sociale) integratie
  13. Zorg en begeleiding

5.2  Analyse inspectierapport

Het laatste inspectierapport is vastgesteld op 17 december 2008. Het betrof een onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek. De Rietkraag voldoet volgens dit rapport aan de getoetste onderdelen van de wet- en regelgeving. Op de gebieden kwaliteitszorg, zorg en begeleiding (incl. toetsinstrumenten) en opbrengsten draagt de school voldoende bij aan de kwaliteit van het onderwijs dat gegeven wordt. Alleen op het deelgebied “borging van de kwaliteit van het leren en onderwijzen”, werd een onvoldoende gescoord. Het ging met name om borging van innovaties. Naar aanleiding van de resultaten uit het rapport, heeft De Rietkraag de afgelopen periode met name gewerkt aan verbetering van deze borging. Zo zijn alle protocollen in overzicht gezet, uitgebreid en waar mogelijk geactualiseerd. De BAS documenten zijn niet verder uitgebreid (kwantiteit), maar er is gekozen voor het actueel en daarmee overzichtelijk houden van de afspraken (kwaliteit). Vanaf 2011-2012 worden teamleden in tweetallen verantwoordelijk gemaakt voor een aantal BAS-documenten. Verder wordt er vanaf 2008-2009 gewerkt met een systematische planning die begint bij het schoolplan. Per jaar wordt er verder gewerkt aan een jaarplan en een jaarverslag. De afgesproken onderwerpen komen dan ten slotte terug in de vergaderoverzichten en worden na bespreking en vaststelling aan het einde van ieder schooljaar geëvalueerd. De komende tijd zal, voor een nog hoger kwaliteitsniveau, gewerkt worden aan onder andere de afstemming van lesroosters en het onderzoeken van een zo effectief mogelijke onderwijstijd.

5.3 Analyse leerkrachtenvragenlijst

Voor een zo objectief mogelijke analyse, hebben we hieronder als basis de samenvatting gevoegd van het WMK rapport.

Uitslagen
Vragenlijst leraren voorjaar 2011

Schoolnaam
KBS De Rietkraag

 

Uitgezette vragenlijsten

15

 

Ingevulde vragenlijsten

14

Respons (%)

93

Waardering respons

Uitstekend

Beoordeelde thema's 

Nr.

Thema

Score

1

Kwaliteitszorg

3.17

2

Leerstofaanbod

3.32

3

Leertijd

3.50

4

Pedagogisch Handelen

3.53

5

Didactisch Handelen

3.38

6

Schoolklimaat

3.20

7

Zorg en begeleiding

3.39

8

Integraal Personeelsbeleid

3.24

9

Sociale veiligheid

3.32

10

Incidenten

3.71

11

Eindcijfer

3.00

Legenda waardering 

Een score tot 2,50

Onvoldoende

Een score tussen 2,50 en 3,00

Zwak(matig)

Een score tussen 3,00 en 3,25

Voldoende

Een score tussen 3,25 en 3,50

Ruim voldoende

Een score tussen 3,50 en 3,75

Goed

Een score tussen 3,75 en 4,00

Uitstekend

KBS De Rietkraag scoort als school een 3.37. Daarmee scoren we ruim boven de norm: ruim voldoende. 

De tien sterkste punten

- Op school wordt ervoor gezorgd, dat ik geen last heb van discriminatie (3.85)
- Op school wordt ervoor gezorgd, dat ik geen last heb van fysiek geweld (3.85)
- Op school wordt ervoor gezorgd, dat ik geen last heb van bedreiging(en) (3.85)
- We beginnen en eindigen goed op tijd (begin- en eindtijd, pauzes) (3.79)
- Ik zorg in mijn klas voor structuur en orde(lijkheid) (3.77)
- Op school wordt ervoor gezorgd, dat ik geen last heb van vernieling(en) (3.77)
- Op school wordt ervoor gezorgd, dat ik geen last heb van ongewenst seksueel getint gedrag (3.77)
- Op school wordt ervoor gezorgd, dat ik geen last heb van diefstal (3.77)
- Op school wordt voldoende aandacht besteed aan normen en waarden (3.71)
- Op onze school hebben we goede afspraken gemaakt over het huiswerk (3.71)

Mogelijke verbeterpunten 

- Ons team is een team, we vormen een eenheid (2.50)
- De sfeer op school is goed (2.57)
- Ik ben tevreden over de kwaliteit van de klassenbezoeken (2.62)
- We gaan als team op een goede wijze met elkaar om (2.64)
- Ik kan beschikken over voldoende software (2.77)
- Onze school is een uitdagende leeromgeving voor de leerlingen (2.77)
- De schoolleiding let er goed op, dat de lestijd effectief besteed wordt (2.79)
- Ik durf me kritisch op te stellen naar collega's (2.85)
- De schoolleiding controleert of verbeteractiviteiten worden uitgevoerd (2.93)
- De schoolleiding zorgt voor voldoende draagvlak voor verbeteractiviteiten (3.00)

 

Naar aanleiding van deze uitslag is er met het team besproken welke zaken echt aandacht behoeven de komende jaren. Een aantal onderwerpen werd zeker herkend. Deze worden daarom meegenomen als verbeterpunt (Zie hoofdstuk 6, het Schoolontwikkelplan). Onderlinge communicatie en sfeer verbeteren is het hoofdpunt. Hiertoe is de afgelopen jaren een aanzet gegeven middels training in effectieve feedback, Human Dynamics en gesprekstechnieken. De komende jaren zal hier een vervolg aan worden gegeven. Wat betreft ICT is er onmiddellijk gekeken naar welke programma’s er allemaal zijn en welke programma’s passende mogelijkheden bieden voor ons systeem. Dit blijkt voldoende te zijn. De onderlinge klassenbezoeken willen we vanaf 2011-2012 weer structurele vorm geven. Tenslotte kwam een punt naar voren dat het eindperspectief van een leerling met een handelingsplan goed moet worden vastgelegd en waar nodig moet worden bijgesteld. Dit pakken we ook op.

 

5.4 Analyse oudervragenlijst

Voor een zo objectief mogelijke analyse, hebben we hieronder als basis de samenvatting gevoegd van het WMK rapport.

Uitslagen
Oudervragenlijst voorjaar 2009

Schoolnaam
KBS De Rietkraag

 

Uitgezette vragenlijsten

150

 

Ingevulde vragenlijsten

34

Respons (%)

23

Waardering respons

Laag

Beoordeelde thema's

Nr.

Thema

Score

1

Kwaliteitszorg

2.99

2

Aanbod

3.13

3

Tijd

3.28

4

Pedagogisch Handelen

3.40

5

Didactisch Handelen

3.45

6

Afstemming

3.50

7

Actieve en zelfstandige rol van de leerlingen

3.45

8

Schoolklimaat

3.37

9

Zorg en begeleiding

2.98

10

Opbrengsten

3.19

11

Integraal Personeelsbeleid

3.03

12

Algemeen

3.17

Legenda waardering 

Een score tot 2,50

Onvoldoende

Een score tussen 2,50 en 3,00

Zwak(matig)

Een score tussen 3,00 en 3,25

Voldoende

Een score tussen 3,25 en 3,50

Ruim voldoende

Een score tussen 3,50 en 3,75

Goed

Een score tussen 3,75 en 4,00

Uitstekend

KBS De Rietkraag scoort als school een 3.22. Daarmee scoort de school iets boven de norm: voldoende.

 

De tien sterkste punten

- Mijn kind(eren) voelt (voelen) zich veilig op school (3.74)
- Ik ben tevreden met de schoolkeuze (3.74)
- Mijn zoon/dochter voelt zich veilig op school (3.68)
- De school begint goed op tijd (3.65)
- Op school gelden er goede regels (3.65)
- De school zorgt ervoor, dat er weinig lesuitval is (3.62)
- De leraar van mijn zoon/dochter is gemotiveerd (3.59)
- De sfeer op school is goed (3.59)
- De leraar zorgt ervoor, dat mijn zoon/dochter het werk goed kan doen (3.56)
- De leraar geeft mijn zoon/dochter voldoende eigen verantwoordelijkheid (3.56)

Mogelijke verbeterpunten

- Het is mij duidelijk, in welke gevallen een leerling een groep kan overslaan (2.37)
- Er wordt regelmatig aan mij gevraagd of ik tevreden ben met de school (2.44)
- De leraren geven (te) veel huiswerk (2.48)
- Ik heb de school gekozen, omdat anderen dat hebben aanbevolen (2.52)
- Het is mij duidelijk wat de school wil verbeteren (2.56)
- Ik ontvang informatie over de effecten van verbeteractiviteiten schriftelijk (2.62)
- Het is mij duidelijk, in welke gevallen een leerling blijft zitten (2.62)
- De school informeert ouders regelmatig over de effecten van verbeteractiviteiten (2.65)
- De school stelt zich in voldoende mate op de hoogte van de verwachtingen van de ouders (2.74)
- De leraren geven (te) weinig huiswerk (2.78)

 

Ook van bovenstaande punten, hebben we als team voor een aantal verbeterpunten gekozen voor de komende jaren (Hoofdstuk 6). Het is juist dat wij de effecten de afgelopen tijd niet hebben gerapporteerd. Vanaf 2011 zal bijvoorbeeld de CITO-eindtoetsscore worden vermeld in de Schoolgids en zal er gestart worden met Handelingsgericht Werken, om zodoende ook de verwachtingen van ouders beter in beeld te krijgen. Het punt huiswerk is al opgepakt. Hier is een huiswerkprotocol voor opgesteld en verspreid onder de ouders. In de andere punten, herkennen wij ons onvoldoende of hier kunnen we momenteel weinig mee richting een verbetering. Direct betrokkenen bij bijvoorbeeld al dan niet doubleren, worden door ons op de hoogte gebracht. Voor anderen vinden wij dit minder relevant. We zijn overigens blij met de tevredenheid over veiligheid en regels die we hanteren. Hierin hebben we veel tijd geïnvesteerd.

5.5 Analyse leerlingenvragenlijst

Voor een zo objectief mogelijke analyse, hebben we hieronder als basis de samenvatting gevoegd van het WMK rapport. 

Uitslagen
leerlingvragenlijst juni 2010

Schoolnaam
KBS De Rietkraag

 

Uitgezette vragenlijsten

85

 

Ingevulde vragenlijsten

72

Respons (%)

85

Waardering respons

Uitstekend

Beoordeelde thema's 

Nr.

Thema

Score

1

Kwaliteitszorg

2.64

2

Aanbod

3.07

3

Tijd

2.88

4

Pedagogisch Handelen

3.36

5

Didactisch Handelen

3.21

6

Afstemming

2.97

7

Actieve en zelfstandige rol van de leerlingen

3.03

8

Schoolklimaat

3.19

9

Zorg en begeleiding

3.29

Legenda waardering 

Een score tot 2,50

Onvoldoende

Een score tussen 2,50 en 3,00

Zwak(matig)

Een score tussen 3,00 en 3,25

Voldoende

Een score tussen 3,25 en 3,50

Ruim voldoende

Een score tussen 3,50 en 3,75

Goed

Een score tussen 3,75 en 4,00

Uitstekend

KBS De Rietkraag scoort als school een 3.10. Daarmee scoort de school iets boven de norm: voldoende.

De tien sterkste punten

- De directeur vind ik aardig (3.72)
- De juf of meester vind ik aardig (3.61)
- De school geeft een goede nieuwsbrief uit (3.61)
- Ik vind mijn school een goede school (3.60)
- De juf of meester kan goed lesgeven (3.58)
- De juf of meester kan goed uitleggen (3.58)
- De juf of meester legt extra uit aan leerlingen die dat nodig hebben (3.58)
- De juf of meester helpt me als dat nodig is (3.56)
- De juf of meester zorgt ervoor, dat we in de klas op een leuke manier met elkaar omgaan (3.54)
- De juf of meester helpt je als dat nodig is (3.54)

Mogelijke verbeterpunten 

- Ik word vaak extra geholpen door de juf of meester (2.04)
- Ik weet wat de school wil verbeteren (2.11)
- Er wordt regelmatig aan mij gevraagd of ik tevreden ben met de school (2.13)
- We krijgen vaak huiswerk (2.19)
- Onze school heeft een leerlingenraad (2.19)
- Taal vind ik moeilijk (2.21)
- Leerlingen mogen meedenken en meepraten over allerlei schoolzaken (2.36)
- De juf of meester zet meestal op het bord wat we gaan doen (dagrooster) (2.38)
- De school vertelt welke verbeteringen lukken en welke niet (2.40)
- Rekenen vind ik moeilijk (2.42)

 

Naar aanleiding van deze uitslag, hebben we in 2011 een leerlingenraad in het leven geroepen. Hiervoor is een beleidsstuk opgesteld, zodat verkiezingen e.d. transparant verlopen. De eerste ervaringen verlopen goed, maar we willen dit verder uitbouwen (zie hoofdstuk 6). Wat betreft het gegeven dat Taal moeilijk wordt gevonden: Er is inmiddels een andere taalmethode ingevoerd. We zijn benieuwd naar ervaringen van leerlingen in de leerlingenraad en wachten de resultaten van de volgende leerling-enquête af. Uit andere punten zullen wij geen speerpunten formuleren. Content zijn we met dat we “aardig” gevonden worden als personeel. We proberen dit ook uit te stralen in betrokkenheid, laagdrempeligheid en kleinschaligheid. 

5.6 Analyse opbrengsten

De opbrengsten worden jaarlijks door het team beoordeeld. Daarbij staan centraal de monitor die we invullen voor de Inspectie van het Onderwijs, de CITO-eindresultaten en de kengetallen uit het LVS. De IB-er levert gegevens aan. Op basis van de uitslagen en de analyse worden verbeterpunten vastgesteld. Zie voor een uitgebreid overzicht ons katern opbrengsten.

Wat opvalt is, dat De Rietkraag in een aantal groepen op het gebied van technisch lezen, spelling en woordenschat, minder scoort dan wat we van een school met onze populatie mogen verwachten.

Deels is dit, zo denken wij, te wijten aan een verouderde methode voor (technisch) lezen en heeft het nog met onze oude taalmethode te maken. De volgende interventies zijn reeds in gang gezet. In 2010-2011 werd een nieuwe taalmethode in gebruik genomen. De daarbij passende woordenschatprogramma’s zijn in 2011 geactiveerd en hier wordt nu ook mee gewerkt. Door alle groepen wordt structureel ingezet op onderwijs in woordenschat. In 2011-2012 buigt een commissie zich over het lezen en een nieuwe methode daarbij, die dit lezen naar een hoger plan moet trekken. Zie hoofdstuk 6, het Schoolontwikkelplan. Niveauverschillen in groepen, willen we tevens met behulp van groepsplannen volgens de aanpak van HGW beter leren monitoren.

 

5.7 Uitkomsten studiedag voorjaar 2011

Op de studiedag in februari 2011 hebben we aan de hand van verschillende werkvormen, stellingen en modellen, gepraat over ons onderwijs, onze visie en over een eerste concretisering voor een toekomstig zorgprofiel. Als sterke punten kwamen vooral naar voren:

-       Brede expertise op het gebied van autistisch spectrum stoornissen, dyslexie en hoogbegaafdheid;

-       BAS structuur en klassenmanagement;

-       Het kind “zien” (in welke behoefte het heeft en hoe hij/ zij is)

-       Opbouw in zelfstandigheid.

 

Als ontwikkelpunten kwamen naar voren:

-       Doorgaande leerlijn vanuit de beginsituatie scherper krijgen;

-       Handelingsgericht werken verder uitbouwen, met o.a. het leren werken met groepsplannen;

-       Meer denken in oplossingen;

-       Meer gebruik maken van expertise van elkaar;

-       Meer gesprekken structureel inplannen tussen collega’s.

De ontwikkelpunten zijn opgenomen in hoofdstuk 6.

5.8 Analyse Visitatierapport december 2010

De visitatievraag in 2010 was: “In hoeverre hebben de kinderen van De Rietkraag in de kleuterperiode, de juiste luisterhouding ontwikkeld, om goed mee te kunnen komen bij de instructies in groep 3?” De aanbevelingen (zie het visitatierapport) zijn grotendeels al opgevolgd en vormgegeven op een studiedag en in het onderbouwoverleg. Wat nog nader uitgebouwd dient te worden, de komende jaren is (tevens terug te vinden in hoofdstuk 6):

-       Structureel tijd vrij maken voor onderling overleg aangaande onderlinge afspraken;

-       Benut de kracht van onderlinge klassen- en of filmbezoeken. Laat collega’s bij elkaar kijken met een kijkwijzer “Directe instructie”.

-       Bezoek eventueel andere scholen om ideeën op te doen;

-       Laat meer uit de kinderen komen, prikkel de fantasie en laat de inrichting van hoeken of thematafels aan de kinderen over;

-       Gebruik structureel meer energizers en coöperatieve werkvormen.

5.9 Punten uit de overige WMK kaarten en Quickscans

De punten die aandacht behoefden, hebben we opgepakt in de afgelopen jaren of kwamen tevens uit de evaluaties van andere WMK vragenlijsten, waardoor zij daaronder al staan vermeld als verbeterpunt. Wat al is opgepakt is terug te vinden in de verschillende Jaarplannen en Jaarverslagen.

5.10 Conclusies / plan van aanpak

Over het algemeen zijn we tevreden hoe we er als school voorstaan. We scoren voor het grootste gedeelte ruim boven de norm van 3 punten die de WMK systematiek hanteert. Dit is niet erg, want wij leggen de lat als Rietkraag graag iets hoger. De punten die lager scoren en waarin een duidelijke lijn zichtbaar is of waaruit duidelijk verbeteringen te destilleren zijn, zijn genoemd en zijn meegenomen in het Schoolontwikkelplan in hoofdstuk 6. De daaraan gerelateerde plannen van aanpak zullen per jaar worden opgesteld en worden vormgegeven in de afzonderlijke jaarplannen. Alleen van de belangrijkste ontwikkelingsonderwerpen voor 2011-2012, is een samenvatting weergegeven (Bijlage1)

5.11 Het evaluatieplan

In de schoolplanperiode worden alle beleidsterreinen –zoals aan bod gekomen in dit schoolplan- met een zekere regelmaat geëvalueerd. Welk beleidsterrein wanneer geëvalueerd wordt, staat aangegeven in onderstaand schema. De opbrengsten evalueren we jaarlijks (evaluatiedag) en de beleidsterreinen die gerelateerd kunnen worden aan onderwijs en leren en schoolcondities evalueren we met een lagere frequentie. In onze jaarplannen nemen we steeds op welke beleidsterrein wanneer in het jaar geëvalueerd wordt. Over de uitkomsten van de evaluaties wordt gerapporteerd aan het bevoegd gezag, de (G)MR en de ouders.

Meerjarenplanning WMK instrumenten

 

2011-2012

2012-2013

2013-2014

2014-2015

Quick Scan

(maart)

Tijd

Taalleesonderwijs

Afstemming

Integraal Personeelsbeleid

ICT

Opbrengstgericht werken

Contacten met ouders

Pedagogisch handelen

Externe communicatie

Beroepshouding

Levensbeschouwe-lijke identiteit

De schoolleiding

Didactisch handelen

Actieve en zelfstandige rol lln.

Aanbod

Schooladmin. / procedures

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Schoolklimaat

Kwaliteitszorg

Inzet van middelen

Burgerschap (aanbod)

Wetenschap en techniek

Diagnose

(maart)

 

Opbrengsten

Kengetallen verzamelen

Opbrengsten

Kengetallen verzamelen

Opbrengsten

Kengetallen verzamelen

Opbrengsten

Kengetallen verzamelen

Vragen-lijsten

Vragenlijst Sociale Veiligheid

Oudervragenlijst

Leerlingen-vragenlijst

Personeels-vragenlijst

Kwaliteits-

kaarten

HGW

Rekenen en Wiskunde

Interne communicatie

Zorg en begeleiding

6. Schoolontwikkelplan

 

voor de komende vier jaar

 

Voor het vaststellen van de onderstaande (mogelijke) verbeterpunten is gebruik gemaakt van:

  1. Het strategisch beleidsplan van de SCOS
  2. Het zorgplan WSNS
  3. Het SCOS kwaliteitsbeleidsplan

en de uitslagen en analyses uit hoofdstuk 5

 

Op basis van de resultaten van de inventarisatie is bepaald wanneer welke veranderingsonderwerpen verder besproken en uitgewerkt moeten worden. Deze meerjarenplanning ziet er voor onze school als volgt uit:

Onderwerpen

2011/2012

2012/2013

2013/2014

2014/2015

N.a.v. analyse lerarenvragenlijst:

- Ons team is een team, we vormen een eenheid (2.50)
- De sfeer op school is goed (2.57)
- Ik ben tevreden over de kwaliteit van de klassenbezoeken (2.62)
- We gaan als team op een goede wijze met elkaar om (2.64)

- Ik durf me kritisch op te stellen naar collega's (2.85)

- Eindperspectief vastleggen van groepen leerlingen.

 

 

X

X

 

 

 

X

 

X

 

X

 

 

X

X

 

X

 

X

 

X

 

X

 

 

X

X

 

 

 

X

 

X

 

 

 

 

X

 

 

 

 

X

N.a.v. analyse oudervragenlijst:

- Ik ontvang informatie over de effecten van verbeteractiviteiten schriftelijk (2.62)

- De school informeert ouders regelmatig over de effecten van verbeteractiviteiten (2.65)
- De school stelt zich in voldoende mate op de hoogte van de verwachtingen van de ouders (2.74)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

 

 

 

X

 

 

 

 

 

X

 

 

 

X

 

 

X

 

 

X

 

 

 

X

 

 

X

 

 

X

N.a.v. de leerlingenvragenlijst:

- Ik weet wat de school wil verbeteren (2.11)

- Onze school heeft een leerlingenraad (2.19)

- Leerlingen mogen meedenken en meepraten over allerlei schoolzaken (2.36)

 

 

 

 

X

 

 

X

 

 

X

 

X

 

 

X

 

 

X

 

X

 

 

X

 

 

X

 

X

 

 

X

N.a.v. Opbrengsten:

- Betere controle opzetten (Meta Management Systeem) voor o.a. benchmarking

- Verbeterpunten aangaande de opbrengsten (o.a. technisch lezen, woordenschat, spelling) opzetten. Voor groep 3 en 4 eventueel methodiek José Schraven hierin meenemen.

- O.a. werken met Groepsplannen binnen HGW scholing in 2011-2012

- Een overzicht maken van de globale uren op het lesrooster per onderwerp per klas en dit nader op elkaar afstemmen

 

 

 

X

 

 

 

 

X

 

X

 

 

 

X

 

 

 

X

 

 

 

 

X

 

X

 

 

 

X

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

 

 

N.a.v. schoolstudiedagen / Uit het team:

- Meer denken in oplossingen

- Onderzoek schooltijden

- Doorgaande leerlijn vanuit de beginsituatie scherper krijgen;

- Handelingsgericht werken verder uitbouwen, met o.a. het leren werken met groepsplannen;

- Meer gebruik maken van expertise van elkaar;

- Meer gesprekken structureel inplannen tussen collega’s.

- Eventueel groepsdoorbrekend onderwijs op deelgebieden

- ICT o.a. nieuwe website en over naar de klas.nu 3

- Vormgeven aan een inhoud die past bij de nieuw gekozen slogan: “Betrokken en deskundig”-

 

 

X

X

 

 

 

 

X

 

 

 

X

 

 

 

X

 

 

X

 

 

X

 

 

X

 

 

X

 

X

 

X

 

X

 

X

 

 

X

 

 

X

 

 

X

 

X

 

X

 

X

 

 

X

 

 

 

 

 

X

 

 

 

X

 

X

N.a.v. visitatierapport:

- Structureel tijd vrij maken voor onderling overleg aangaande onderlinge afspraken;

- Benut de kracht van onderlinge klassen- en of filmbezoeken. Laat collega’s bij elkaar kijken met een kijkwijzer “Directe instructie”.

- Bezoek eventueel andere scholen om ideeën op te doen;

- Laat meer uit de kinderen komen, prikkel de fantasie en laat de inrichting van hoeken of thematafels aan de kinderen over;

- Gebruik structureel meer energizers en coöperatieve werkvormen.

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

 

 

 

X

 

X

 

 

 

X

 

X

 

 

 

X

 

 

 

X

 

X

 

 

 

X

 

X

 

 

 

X

 

 

 

X

 

X

 

 

 

X

N.a.v. Maatschappelijke ontwikkelingen / SCOS / Wet- en regelgeving:

- Teamscholing Handelingsgericht werken (HGW) / jaren daarna verdere implementatie en uitbreiding HGW

- VVE – vloeiender lijn PSZ en KDV richting b.s. VVE (Kaleidoscoop)

- Warme overdracht naar VO en terugkoppeling verbeteren

- LB functies / functiebouwwerk

- Toewerken naar een Brede school / sport-, cultuur-, en wijkfunctie onder het licht houden

- Referentieniveaus Taal- en rekenen

- Invoering MMS (zie ook “n.a.v. Opbrengsten” )

- Meer Opbrengstgericht werken

- Schoolzorgprofiel

- Ondernemerschap / gebruik maken van omgeving / investeren in externe contacten via ouders

- Meer- en hoogbegaafdheid: Lijn opzetten

- Punten Strategisch beleidsplan SCOS (per jaar minimaal een speerpunt agenderen en waar nodig aanpassen)

- Opstellen van een nieuw schoolplan

 

 

 

 

 

X

 

X

 

X

X

 

 

 

X

 

X

 

X

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

 

X

 

X

X

 

 

X

X

 

X

X

X

 

 

X

 

X

 

 

X

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

X

 

 

X

 

 

 

X

 

 

 

X

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

X

 

 

X

 

 

 

X

 

 

 

X

 

 

 

 

X

X

Nascholing komende jaren

Ons team is “Betrokken en Deskundig” en wil dit graag zo houden. Daarom wordt er jaarlijks gekeken naar de scholingsbehoefte van het team als geheel en van verschillende individuen uit het team. Dit is tevens onderdeel van de functionerings- en POP-gesprekken met de directeur. Naast individuele nascholing, die merendeels bestaat uit het aanbod aan cursussen gecoördineerd door WSNS, zal teamscholing de komende jaren waarschijnlijk gestalte krijgen met een aanbod uit één of meer van onderstaande onderwerpen:

Feedback(gesprekken), Human Dynamics, gesprekstechnieken, HGW, Opbrengstgericht werken. In 2011-2012, met een mogelijk vervolg het schooljaar erop, is gekozen voor Handelingsgericht Werken. Dit bestaat uit tenminste 3 dagdelen.

 

Tenslotte

Dit schoolplan geeft globaal de verbeterdoelen aan. Per schooljaar wordt vervolgens het vorige schema meer gedetailleerd weergegeven. Voor het eerste jaar vormt het een onderdeel van het schoolplan. Voor de overige jaren wordt dit als losse bijlage (zie bijlage 1) bij het schoolplan aan bestuur en inspectie gestuurd. Deze verbeterdoelen worden dan uitgebreider beschrijven (SMART) in het jaarplan. Aan het eind van ieder schooljaar zullen we terugblikken, of we verbeterdoelen en in voldoende mate gerealiseerd hebben. We plannen daartoe jaarlijks een evaluatiemoment. Tevens bespreken we tijdens de evaluatie de opbrengsten van de school. De bevindingen worden opgenomen in het jaarverslag.

 


Bijlagen

Bijlage 1   Uitwerking voor 2011/2012

 

Voor 2011 / 2012 kiest de school voor de volgende (hoofd)veranderingsonderwerpen:

 

1. beleidsterrein: Afstemming/ Opbrengsten

onderwerp: Handelingsgericht werken (HGW)

2. beleidsterrein: Tijd

onderwerp: Oriëntering op eventueel veranderende schooltijden

3. beleidsterrein: Sociale Veiligheid

onderwerp: Communicatie en sfeer binnen het team

 

Deze en de andere onderwerpen/ zaken die minimaal aan bod komen in 2011-2012, staan vermeld in het jaarplan 2011-2012 van De Rietkraag.

 

teamleden in tweetallen verantwoordelijk gemaakt voor een aantal BAS-documenten

afstemming van lesroosters en het onderzoeken van een zo effectief mogelijke onderwijstijd,

referentieniveaus taal en rekenen, werkgroep nieuwe methoden, aantal LB functies

 

schooljaar:

2011 -2012

veranderings-

onderwerp 1

HGW

veranderings-

onderwerp 2

Schooltijden

veranderings-

onderwerp 3

Communicatie/ sfeer

1. wat hoopt de school aan het eind van het jaar bereikt te hebben ?

Doel: Dat middels HGW meer kindgericht wordt gewerkt. Dat onze teamleden weten wat HGW inhoudt, dat zij afspraken hebben gemaakt m.b.t. implementatie ten aanzien hiervan en dat een start gemaakt is met het werken a.d.h.v. HGW. Bijvoorbeeld met daarbij aansluitende handelingsplannen, leerling- of groepsbesprekingen of met kindgesprekken in dat kader.

Doel: Helder krijgen wat de behoefte is van ouders en teamleden als het gaat om eventueel aangepaste schooltijden. Hierin worden waar mogelijk effecten op kinderen meegenomen en wordt gekeken naar de toekomst betreffende de ontwikkeling richting een brede school. Indien schooltijden gaan veranderen, dan wordt tevens bepaald vanaf welk schooljaar dat gaat gebeuren.

Doel: Er is gekozen uit een aanbod om dit onderwerp vlot te trekken. Liefst is hier al een begin mee gemaakt, zodat er al verbeteringen merkbaar/ meetbaar zijn.

 

 

 

 

 

 

 

2. welke rol speelt de directie daarbij ?

Primair een coördinerende, faciliterende rol. Na gemaakte afspraken tevens een controlerende rol.

Benoemen van een werkgroep, opdracht helder formuleren, MR hierin betrekken, momenten van overleg faciliteren, aansturen van de voortgang en het helpen creëren van een traject richting besluitvorming.

De directeur benoemt een werkgroep uit het team. Deze draagt een (extern) aanbod voor aan de directeur en het team. De directeur (met het team) geeft al dan niet zijn fiat om hier mee te gaan werken.

3. wat wordt van het team verwacht ?

Dat teamleden meedoen aan de scholing HGW en dat zij daaruit voortvloeiende afspraken zo goed mogelijk in hun dagelijks werken proberen te implementeren.

Oriëntatie, overleg, discussie, meningvorming en besluitvorming op basis van zoveel mogelijk draagvlak onderling en onder ouders.

Een aantal mensen neemt deel in de werkgroep, van andere teamleden wordt verwacht dat zij meedoen in het aanbod dat de werkgroep voordraagt.

4. welke externe ondersteuning wordt eventueel ingezet

Onder de paraplu van WSNS Salland, wordt hier teamscholing opgezet. Hier worden 3 dagdelen voor gereserveerd, naast verdere afspraken die gemaakt worden op teamniveau in reguliere vergaderingen.

Waar nodig wordt iemand van een onderwijsbond of een andere expert op dit gebied gevraagd informatie te geven aan het team betreffende dit onderwerp.

Dat is nog onbekend.

5. hoe evalueert de school dit proces

Tussentijds in de vergaderstructuur en aan het einde van het schooljaar op de evaluatiedag.

Tussentijds in de vergaderstructuur en aan het einde van het schooljaar op de evaluatiedag.

In de vergaderstructuur, waarin dit punt geagendeerd staat, op de evaluatie-vergadering en middels het opnieuw scoren van WMK instrumenten in dit kader.

6. hoe wordt de bereikte verandering geborgd?

 

D.m.v. van beleid hierover en daaropvolgende evaluatie en controle (door IB-er en directeur)

D.m.v. van beleid hierover, de daarbij horende informatie-verstrekking (op tijd) en middels evaluatie, eventuele bijstelling en eventuele toepassing van verandering.

Afhankelijk van het aanbod.

7. hoe wordt verantwoording afgelegd naar buiten (ouders, bestuur, inspectie)

Ouders zijn via de MR betrokken in het traject. Overige ouders worden geïnformeerd middels nieuwsbrieven, de informatieavond en het jaarplan en jaarverslag die op de website verschijnen. Het jaarplan en het jaarverslag gaan als verantwoordings-documenten tevens naar het bestuur en de inspectie. Tenslotte vindt er verantwoording aan het bestuur plaats middels zogenaamde monitorgesprekken.

Ouders zijn via de MR betrokken in het traject. Overige ouders worden geïnformeerd middels nieuwsbrieven, enquête of onderzoek in dit kader en het jaarplan en jaarverslag die op de website verschijnen. Het jaarplan en het jaarverslag gaan als verantwoordings-documenten tevens naar het bestuur en de inspectie. Tenslotte vindt er verantwoording aan het bestuur plaats middels zogenaamde monitorgesprekken.

Ouders zijn via de MR betrokken in het traject. Overige ouders worden geïnformeerd middels nieuwsbrieven, enquête of onderzoek in dit kader en het jaarplan en jaarverslag die op de website verschijnen. Het jaarplan en het jaarverslag gaan als verantwoordings-documenten tevens naar het bestuur en de inspectie. Tenslotte vindt er verantwoording aan het bestuur plaats middels zogenaamde monitorgesprekken.

8. middelen

 

Scholingstijd: 3 dagdelen exclusief voorbereiding, bovendien ruimte in vergaderingen.  Daarnaast wordt er indien nodig wat geld vrijgemaakt voor materialen die nodig zijn bij de implementatie.

Faciliteren van tijd voor de werkgroep en het team. Eventueel het inhuren van externe expertise op dit gebied middels een voorlichtingsmoment voor werkgroep en/of team.

Facilitering in tijd en indien nodig in (financiële) middelen.

 

Bijlage 2 Kengetallen: in- door- en uitstroom

 

Teldatum

Aantal

Instroom

Groep 1

Instroom

Groep 2-8

Uitstroom

Groep 1-7

Uitstroom

Groep 8

Totaal

1-10-2007

187

34

2

1

23

+ 12

1-10-2008

199

26

2

2

24

+ 2

1-10-2009

201

28

0

6

22

- 2

1-10-2010

199

26

0

1

20

 

 

Overzicht doorstroom naar het Voortgezet Onderwijs

Schooltype

Aug. 2008

Aug.

2009

Aug.

2010

Aug. 2011

VMBO (praktijkonderwijs)

0

0

0

0

 

 

 

 

 

VMBO (BBL)

2

0

1

2

 

 

 

 

VMBO (KBL)

 

7

8

5

5

 

 

 

 

VMBO (GTL)

4

1

1

0

 

 

 

 

 

HAVO - GTL

1

4

4

0

 

 

 

 

 

HAVO-VWO / Gymnasium

10

8

9

11

 

 

 

 

 

TOTAAL

 

24

22

20

18

 

 

 

 

Voor meer informatie over leerlingstromen binnen De Rietkraag, zie ons document “Leerlingenstromen” s.v.p.
Bijlage 3  opbrengsten

 

Ons onderwijs is geen vrijblijvende aangelegenheid. We streven (zo hoog mogelijke) opbrengsten na m.b.t. met name Taal, Rekenen en de sociaal-emotionele ontwikkeling. We achten het van belang, dat de leerlingen presteren naar hun mogelijkheden, en dat ze opbrengsten realiseren die leiden tot passend (en succesvol) vervolgonderwijs. Onze afspraken zijn:

 

  1. De leerlingen realiseren aan het eind van de basisschool de verwachte opbrengsten (op grond van hun kenmerken)
  2. De leerlingen realiseren tussentijds de verwachte opbrengsten (op grond van hun kenmerken)
  3. De sociale vaardigheden van de leerlingen liggen op het niveau dat verwacht mag worden (op grond van hun kenmerken)
  4. Leerlingen ontwikkelen zich naar hun mogelijkheden
  5. De leerlingen doorlopen de basisschool in acht jaar
  6. De leerlingen krijgen de juiste adviezen voor vervolgonderwijs
  7. De leerlingen presteren naar verwachting in het vervolgonderwijs

Op De Rietkraag houden we de opbrengsten bij in ons katern Opbrengsten. We bespreken deze minimaal eens per jaar met het team en anticiperen zoveel mogelijk op zaken die minder scoren dan onze verwachting. Naar aanleiding van de analyse (tussen)opbrengsten (in hoofdstuk 5.6), hebben we een aantal punten ter verbetering meegenomen in Hoofdstuk 6 (Schoolontwikkelplan).Onderstaand staan de eindopbrengsten van De Rietkraag vermeld van de laatste jaren.

CITO-entreetoets (percentielscores)

Jaar

Taal

Rekenen

Studievaard.

Wereldoriëntatie

Totaal

2004

85

76

84

-

76

2005

62

80

66

-

81

2006

76

96

78

-

67

2007

78

83

78

-

85

2008

73

83

84

-

80

2009

73

68

78

-

78

2010

60

70

58

-

64

2011

 

 

 

-

 

 

CITO-eindtoets (percentielscores)

Jaar

Taal

Rekenen

Studie-

vaardigheden

Wereldoriëntatie

Totaal

2004

79

80

75

70

78

2005

78

77

81

75

78

2006

76

80

80

66

78

2007

69

72

72

65

71

2008

75

75

76

66

75

2009

80

82

81

72

80

2010

79

77

82

76

79

2011

80

86

82

78

82

 

CITO-eindtoets (standaardscores)

Jaar

Eindscore

Aantal leerlingen

Meegedaan

2004

540,1

33

33

2005

540,2

26

26

2006

538,5

25

25

2007

532,9

23

22

2008

536,4

24

24

2009

540,2

21

21

2010

538,6

20

20

2011

541,6

18

18

 

Bijlage 4 ICT

Eis uit het waarderingskader

A1 De school heeft de huidige situatie met betrekking tot ICT beschreven.

 

 

 

  1. De school heeft inzicht in de bereikte ICT-doelen en informatievaardigheden van leerlingen.
  2. De school heeft zicht op de tijd die leerlingen uit verschillende leerjaren ICT gebruiken voor het leerproces.
  3. De school heeft zicht op de vaardigheden en scholingsbehoefte van het personeel.
  4. De stand van zaken wat betreft de behoefte aan ICT-infrastructuur, educatieve en andere software en beheer is geïnventariseerd.
  5. De school volgt de ontwikkelingen van ICT en gebruikt dat als referentiekader voor een sterkte/zwakte-analyse.

A2 De ICT-doelen maken deel uit van een samenhangende visie op leren en onderwijzen.

  1. Er is een samenhangend plan met als onderdelen: de schoolvisie, de aanpak van de professionalisering, infrastructuur, software , interne en externe samenwerking.
  2. De school schenkt in die visie expliciet aandacht aan de veranderende rol van de leerkracht en de onderwijskundige inzet van ICT.

A3 De school heeft toetsbare doelen voor de inzet van ICT geformuleerd

  1. De ICT-scholingsdoelen voor het personeel zijn bepaald.
  2. De doelstellingen voor de ICT-infrastructuur, educatieve en andere software en beheer zijn afgeleid van de behoefte.
  3. De school heeft een richtlijn voor de tijd die leerlingen met ICT bezig zijn in het leerproces.

A4 De school werkt planmatig aan de realisering van de ICT-doelen.

  1. De activiteiten zijn begroot
  2. De activiteiten zijn gepland.
  3. De verantwoordelijkheden zijn belegd.
  4. De effecten van de activiteiten worden bepaald.
  5. De activiteiten worden geëvalueerd.

A5 De school evalueert systematisch de effecten van de inzet van ICT.

  1. Onderwijsopbrengsten
  2. Motivatie en tevredenheid van leerlingen, onderwijzend en onderwijsondersteunend personeel
  3. Administratieve efficiëntie

A6 De schoolleiding gebruikt ICT voor een effectieve interne en externe communicatie.

  1. De school probeert ouders via ICT te bereiken en bij de school te betrekken.
  2. De school maakt gebruik maken van e-mail.
  3. De school geeft ouders inzage in digitale dossiers.

B1 Het feitelijke ICT-aanbod is dekkend voor de kerndoelen, examenprogramma’s en algemene informatievaardigheden.

  1. De school waarborgt dat leerlingen die informatievaardigheden ontwikkelen, die nodig zijn voor het bereiken van kerndoelen en eindtermen en/of voor een goede aansluiting met het volgend onderwijs.
  2. De school waarborgt dat informatievaardigheden onderdeel uitmaken van de beoordeling
  3. Het ICT-aanbod is voldoende breed. (Het past in een relevante maatschappelijke context en is dus breder dan kerndoelen en eindtermen.)
  4. Er is voldoende tijd voor leerlingen voor het bereiken van de ICT-doelen.

B2 Het ICT-aanbod is gedifferentieerd en afgestemd op de onderwijsbehoeften van individuele leerlingen.

  1. Er is ruimte voor individuele activiteiten:
  2. voor hoog-begaafden
  3. voor extra oefening
  4. leerlingen kunnen zelf keuzes maken t.a.v. ICT-gebruik
  5. leraren bieden gevarieerd aanbod van ICT-toepassingen

B3 Het ICT-aanbod vertoont samenhang

  1. Er is een doorgaande lijn in de ontwikkeling van informatie vaardigheden in leerjaren en binnen vakken.

C1 ICT-middelen worden in voldoende mate en functioneel gebruikt in klassikale en niet-klassikale leersituaties.

simulatie – demonstratie - naslag en info verzameling

- bewerken van gegevens - rekenvellen

- presenteren – communicatie - oefenen

- samenwerken - toetsen

C2 De inzet van ICT bevordert een efficiënt gebruik van de
onderwijstijd.

  1. ICT wordt ingezet als instrument bij toetsafname ter bevordering van de flexibiliteit, de validiteit, nieuwe vormen van toetsing en de analyse van toetsen.
  2. ICT ondersteunt adaptief onderwijs.
  3. De computers hebben een hoge bezettingsgraad.
  4. ICT wordt gebruikt voor absentieregistratie.
  5. ICT wordt gebruikt om het leren meer onafhankelijk van tijd en plaats te maken.

C3 De inzet van ICT draagt bij aan het realiseren van een uitdagende leeromgeving.

  1. ICT bevordert gevarieerd werken.
  2. Er is voldoende educatieve software of de leerlingen en leraren weten de weg naar adequate software te vinden
  3. Er is een rijk aanbod aan multimediale bronnen.
  4. Werk moet (deels) digitaal worden gerapporteerd.
  5. Er worden gevarieerde ICT-middelen gebruikt.

C4 De leraren geven de leerlingen feedback over hun leren met ICT.

  1. E-mail wordt gebruikt voor de communicatie tussen leerkrachten.
  2. Leerkrachten helpen leerlingen bij het kiezen van ICT middelen om gestelde doelen te bereiken.

D1 De leerlingen zijn actief bezig in leer- en lessituaties waarbij ICT wordt gebruikt.

  1. Leerlingen hebben een duidelijke taak bij het werken met ICT.
  2. Bij werken in tweetallen of groepjes achter de pc heeft elke leerling een rol. Die rollen wisselen met enige regelmaat.

D2 De leerlingen gebruiken ICT in voorkomende gevallen om in een
betekenisvolle context te werken.

  1. Leerlingen weten wat de relevantie is van een opdracht in relatie tot de les of het curriculum.
  2. De opdrachten sluiten aan bij de leef- en ervaringswereld van leerlingen.

D3 De leerlingen leren hun opgedane ICT-kennis en ervaring in nieuwe situaties te gebruiken.

  1. Leerlingen kunnen praktische ICT-vaardigheden in andere situaties direct toepassen. (Er is sprake van transfer.)

D4 De leerlingen kunnen onder woorden brengen waarom ze in een bepaalde situatie een bepaald hulpmiddel hebben gebruikt.

  1. Leerlingen hebben een bewuste keuze voor het ICT-hulpmiddel gemaakt.

D5 De leerlingen gebruiken ICT om in toenemende mate de verantwoordelijkheid voor hun eigen leerproces te krijgen.

  1. Door de leerjaren heen wordt de eigen verantwoordelijkheid van de leerlingen groter. Daarbij is ICT een ondersteunend hulpmiddel.

D6 De leerlingen gebruiken ICT om gericht samen te werken.

  1. Er zijn projectgroepen gemaakt die gezamenlijk werken van werkstukken en daarbij ICT gebruiken.

E1 De school volgt de prestaties (en eventueel de ontwikkeling) van leerlingen met behulp van ICT.

  1. De school heeft een adequaat en goed werkend digitaal leerlingvolgsysteem dat ook door alle betrokkenen wordt gebruikt.

E3 De school gebruikt ICT bij de begeleiding van de keuzemomenten tijdens de schoolloopbaan van de leerlingen.

  1. Bij verschillende keuzemomenten wordt gebruik gemaakt van ICT. Dit is per groep verschillend.

E5 De school gebruikt ICT voor het signaleren en analyseren van hulpvragen.

  1. digitaal leerlingvolgsysteem met specifieke informatie over leerlingen
  2. elektronische dossiers
  3. gebruik van externe expertise via internet

E6 De school gebruikt ICT voor het bieden van specifieke hulp bij leerachterstanden of leermoeilijkheden.

 

 

 

 

  1. De school gebruikt ICT voor remediale hulp.

F1 De school zorgt ervoor dat ICT-gebruik plaatsvindt met voldoende en adequate apparatuur en voorzieningen voor leerlingen en personeel.

  1. Er zijn voldoende computers voor onderwijsdoeleinden werkend beschikbaar en qua aantal passend bij de ambities van de school (minimaal 1:10)
  2. De kwaliteit van de apparatuur is goed in relatie tot het beoogde gebruik.
  3. Er is een voldoende snelle on-line verbinding tussen alle schoolcomputers en internet.
  4. Er zijn voldoende leerruimten.
  5. Er is voldoende ruimte voor personeel om ICT te gebruiken.
  6. De school heeft e-mailvoorzieningen voor leraren.

Het gebruik
De school zorgt ervoor dat de ICT door leerlingen en personeel gebruikt kan worden in een aangename, motiverende en veilige omgeving.

  1. De computers zijn voldoende toegankelijk.
  2. De computers staan in een rustige leeromgeving.
  3. De opstelling van de computers is adequaat.
  4. Er is een goede klimaatbeheersing.
  5. Er is een protocol met huisregels voor ICT-gebruik.
  6. Er is voldoende toezicht in de ICT-ruimtes.
  7. Ongewenst ICT-gebruik wordt tegengegaan.


Bijlage 5 Jaarverslag 2010-2011

1.         Personeel

2.         Onderwijs

3.         Leerlingenzorg

4.         ICT

5.         Nascholing

6.         Resultaten

7.         Gebouw en veiligheid

8.         Financiën

9.         Algemeen

10.       Woord van dank

Personeel

In 2010-2011 werkten er op De Rietkraag 17 personeelsleden. Een directeur, een intern begeleider, 13 leerkrachten, een onderwijsassistent en een conciërge. Daarnaast verzorgde een medewerker van Sallcon de schoonmaak van het gebouw. Eens in de week werd er een dinsdagochtend muziek verzorgd door een vakleerkracht muziek. Eens in de 14 dagen hadden we een woensdag de beschikking over een ICT leerkracht, die hiervoor van andere taken was vrij geroosterd. Er is één leerkracht die gebruik heeft gemaakt van zwangerschapsverlof, ingaande 4 weken voor de zomervakantie. Ouderschapsverlof werd door niemand opgenomen. We hebben in juli afscheid genomen van Saskia Imhof (zij vertrekt naar De Horizon in Raalte) en van Rozanne van Munster. Rozanne startte bij ons als WPO student van de Katholieke Pabo in Zwolle. In de laatste maand heeft zij invalwerk voor ons gedaan.

Naast het vaste personeel boden we ook ruimte aan een vijftal stagiaires. De Rietkraag bood plaats aan een WPO student van de katholieke Pabo Zwolle. Daarnaast werd ook aan drie andere studenten van die opleiding een plaats aangeboden. Tevens namen we een student onderwijsassistent af van Landstede. Het ziekteverzuimpercentage van het personeel lag laag t.o.v. het landelijk gemiddelde, maar ook laag vergeleken met andere scholen van SCOS. Percentages zijn bij SCOS bekend.

 

Onderwijs

Het afgelopen schooljaar hebben we ons als team, in diverse werkgroepen, bezig gehouden met de viering van ons 25-jarig schooljubileum. Hoogtepunt was een feestweek die we hielden in de laatste week van september 2010. De onderwijsmethoden “Taal in beeld en Spelling in beeld” op het gebied van Taal en voor Geschiedenis “De Trek”, werden succesvol in gebruik genomen en op meerdere momenten geëvalueerd. Hierbij werden verschillende afspraken, aangaande de toetsing, de doorgaande lijn en de woordenschat, meegenomen. Op het gebied van een volgsysteem Sociaal Emotionele Ontwikkeling werd voor het eerst gebruik gemaakt van de methode SCOL. Wat betreft de BAS-documenten, werden proceseigenaren benoemd, die de documenten die we binnen de school hebben vastgesteld, vanaf 2011-2012 beurtelings terug laten komen in de teamvergaderingen om waar nodig aan te passen aan de tijd. Begin van het schooljaar zijn er nieuwe rapporten vormgegeven, die we binnen ons leerling-administratiesysteem, “Dotcomschool”, kunnen aanmaken en verwerken. Bij het eerste rapport liepen we nog aan tegen wat ongemakken, maar deze waren bij het tweede rapport verholpen.

Leerlingenzorg

Het gehele schooljaar hebben we extra ondersteuning kunnen inzetten ten behoeve van leerlingenzorg. De ondersteuning kwam vooral ten goede aan de groepen 3, 4 en 5 en aan de 6 rugzakleerlingen die we hadden. De ondersteuning werd verzorgd door een leerkracht die hier de donderdag eens in de twee weken voor werd vrij geroosterd en door onze onderwijsassistent. Er is in de loop van het schooljaar één leerling verwezen naar het speciaal basisonderwijs. Bij de leerlingbesprekingen en de follow up gesprekken die de leerkrachten hadden met de intern begeleider, werd zoveel mogelijk gekozen voor aanpak binnen de kaders van Handelings Gericht Werken (HGW).

Van de IJsselgroep namen we diensten af op het gebied van consultatieve leerlingbegeleiding en leerling-onderzoeken. Greet Wissink verzorgde deze. Voor begeleiding van problematiek in een tweetal groepen, werd externe ondersteuning aangezocht. Groep 6 onderging een begeleidingstraject “Klassekids” en groep 5 “Kanjertraining.” Beide trajecten bestempelen we als zeer geslaagd! Daarnaast werd er intern ook Kanjertraining gegeven door de daarvoor opgeleide mensen, in de groepen 3 en 4.

 

ICT

Eens in de twee weken, konden we gebruik maken van de ICT-er van de Linderte. Er zijn zo’n 6 computers vervangen en er is een nieuwe server geplaatst, omdat de oude server gedateerd was en veel problemen vertoonde. Het komend schooljaar zullen we de oudste computers moeten vervangen om voorbereid te kunnen zijn op “De Klas.nu 3” van Heutink.

 

Nascholing

Er is op diverse gebieden nascholing gevolgd. Veelal betrof dit kortere cursussen als BHV basistraining en herhalingstrainingen en cursussen en kwaliteitskringen uit het aanbod van WSNS-Salland. Twee leerkrachten werden in het kader van een lerarenbeurs voor hun studie een dagdeel vrij geroosterd. De studies “Gedragswetenschappen” en “Leren innoveren”, werden gevolgd. Met het gehele team is een dagdeel “Gesprekstechnieken” gevolgd en een dagdeel “ICT / kennis van het digitaal schoolbord”. Daarnaast organiseerden we in het kader van teambuilding, een teamdag en een dag waarop we het schoolkamp van groep 8 op Ameland bezochten.

 

Resultaten

Ten opzichte van het jaar ervoor, kenden we een lichte daling in leerlingaantal. Op 1 oktober 2010 had De Rietkraag 199 leerlingen (een afname van 2 leerlingen). We verwachten nog een minimale groei aan leerlingen de komende jaren.

De eindtoets CITO hebben de leerlingen van groep 8 iets boven verwachting afgesloten. De score was 541,6. Dit was ver boven het landelijk gemiddelde (535,2). Naast de eindtoets namen we ook weer de entreetoets af in groep 7 en hanteerden we het CITO leerlingvolgsysteem binnen de school.

In het najaar van 2010 werd onze school gevisiteerd door een aantal collega-directeuren van SCOS. Hierbij stond de vraag centraal, hoe de overgang van groep 2 naar groep 3 (bijvoorbeeld qua spanningsboog van de kinderen) verder zou kunnen worden verbeterd. Met een flink aantal aanbevelingen zijn we direct aan het werk gegaan. Ten opzichte van de jaren ervoor, hebben we structureel meer onderbouw- en bovenbouwoverleg gehad voor een heldere onderlinge afstemming. Hier werden deels uren voor ingezet, die de onderbouw tot voor kort structureel meer naar school ging dan wettelijk noodzakelijk.

 

Gebouw en veiligheid

Deels vanuit een subsidieregeling “Frisse Scholen”, werd een nieuwe verwarmingsketel aangeschaft en in gebruik genomen. In het kader van RI&E (Arbo), is het Arboplan geëvalueerd. Er is één ontruimingsoefening gehouden, die gelukkig weinig problemen aan de oppervlakte legde. De ontruimingsplattegronden zijn aangepast en met een richtingmarkering uitgebreid. Verder is de gebruikersvergunning verruimd met 50 personen. Er mogen nu maximaal 300 personen tegelijkertijd in ons gebouw. Op de gevel van het gebouw, werd in verband met ons 25 jarig schooljubileum, een wandbord geplaatst met het nieuwe Rietkraag logo. Er kwamen aanpassingen aan de buizen voor de hemelwaterafvoer en er zijn nieuwe deuren aangevraagd bij de Gemeente, op 2 plaatsen in de school.

 

 

Financiën

De Rietkraag heeft in de afgelopen 5 jaar grote uitgaven gehad. Hierdoor dienden we voorzichtig te begroten. Met name op personele kosten wisten we over te houden, waardoor we het in het afgelopen schooljaar goed hebben gedaan. Het in 2008 aangebouwde lokaal en daarmee gepaard gaande inrichtingskrediet, is (nog) niet terug bekostigd. Dit betekent, dat we hierdoor en door de bezuinigingen vanuit overheidswege, voorzichtig moeten blijven begroten.

 

Algemeen

Er is veel werk verzet, met name rondom het schooljubileum, de reünie, de dag op Krieghuusbelten, maar natuurlijk primair ook in de groepen. Er zijn cultuurvoorstellingen geweest voor alle groepen, we waren als Rietkraag weer gastschool voor een optreden in het kader van het Salland Festival en er vond een geslaagd schoolkamp voor groep 8 plaats en een mooie afsluitingsavond, inclusief een musical in het Hoftheater. Het schoolreisje ging naar Walibi World. Over het algemeen zijn er goede resultaten geboekt. Daar waar resultaten achterblijven bij onze verwachtingen, hebben we hier een plan op gezet. Hierover is meer te lezen in ons Schoolplan en het Jaarplan 2011-2012. Dit Schoolplan had ook een prominente plek op de agenda, dit schooljaar. Onderwerpen zijn zoveel mogelijk door de directeur aan het team en MR voorgelegd, in gezamenlijkheid besproken en uitgediept. De lerarenvragenlijst vanuit WMK en andere kwaliteitskaarten en quickscans werden gescoord en de resultaten hiervan zijn in het Schoolplan meegenomen. De directeur heeft het plan verder uitgewerkt. Dit is goedgekeurd door team en MR. Verder ging de kwaliteit van wat we als school hebben bereikt en het borgen en vasthouden daarvan, voor op de kwantiteit van nieuwe doelen en ontwikkelingen. Tenslotte zijn we er blij mee en trots op, dat we een leerlingenraad in het leven hebben geroepen. Een beleidsstuk hiervan is opgesteld. Leerlingen wilden onder andere een mascotte en extra doelpaaltjes voor de school. Deze zijn besteld.

 

Woord van dank

Hierbij wil ik graag iedereen bedanken die mee heeft geholpen aan het kunnen halen van de gestelde doelen en het doen slagen van het afgelopen schooljaar. Allereerst natuurlijk de teamleden van De Rietkraag, maar ook de MR, die professioneel meedacht en met ideeën kwam. Niet te vergeten de leden van de ouderraad, die altijd enthousiast betrokken waren bij het bedenken en uitvoeren van diverse plannen voor de school. De overblijfouders, oud-papier ouders, lees- en handvaardigheid-ouders, luizenmoeders en ouders die zorg droegen voor vervoer van leerlingen of het meefietsen met hen. En de ouders die hebben meegeholpen met diverse uitstapjes, klussen of schoonmaak voor de school. Allen, heel hartelijk dank!

 

Taco Houkema, juli 2011

In het overzicht op de volgende pagina’s is in het Jaarplan van het afgelopen jaar, ingevuld wanneer en hoe doelen zijn gehaald.

 


In Overzicht: Uitwerking Jaarverslag 2010-2011

Aan de hand van onderstaande verbeterpunten uit het jaarplan, maakte de directeur in augustus/ september 2010 een vergaderoverzicht. Daarin stond vermeld, wat er wanneer aan bod zou komen. Op die manier borgen we dat we onze voorgenomen verbeterpunten aan bod laten komen. In de evaluatievergaderingen aan het einde van het schooljaar (en bij extra tussenevaluaties op het gebied van nieuwe onderwerpen), evalueerden we of alles (voldoende) aan bod kwam en wat er mee moet worden genomen naar 2011-2012 en later.

 

Verbeteronderwerp/ onderwerp van aanpak

Wanneer aan bod?

Hoe en Wie (betrokkenen)?

Inhoud besluit / genomen op

(af te vinken)

Hoe wordt het vastgelegd/ geborgd?

1. Verouderde BAS documenten evalueren en wanneer nodig aanpassen/ bijstellen. Behandelen van minimaal 3 BAS documenten. Aan de directeur welke de meeste aandacht verdienen op dat moment.

In reguliere team- of bouwvergaderingen (zie vergaderoverzicht dat ontwikkelt gaat worden)

Agendering door directeur of IB-er. Voorbereiding door “eigenaren” van het document. Bespreking in de bouw of in het gehele team. Besluit altijd alleen in een teamvergadering

Het document: “Begeleid Zelfstandig leren” werd geëvalueerd en bijgesteld. Afgesproken werd voor 2011-2012 en verder: Verdeling van de documenten naar eigenaarschap (per duo verantwoordelijk voor het actueel houden, documenten komen uitgesmeerd terug in vergader-cyclus). De directeur deelt in.

Vastgelegd in verschillende BAS-documenten. Worden zowel digitaal als in de klassen opgeslagen. Controle o.a. aan de hand van klassen-bezoeken. Soms d.m.v. kijkwijzers.

  1. Taal en geschiedenis

De nieuwe methoden Taal/ Spelling in beeld en De Trek worden geïmplementeerd in de groepen.

 

In team-/ bouwvergadering(en) verdeeld over het schooljaar als agendapunt om werkwijze met elkaar vast te stellen/ te evalueren

Directeur agendeert dit onderwerp ter evaluatie in teamvergaderingen (minimaal 1x tussenevaluatie en 1x eindevaluatie)

Leerkrachten bespreken wat nodig is per bouw ter afstemming

Is in bouwvergaderingen aan bod gekomen. Op de evaluatiedag nader geëvalueerd en afspraken vastgelegd.

Afspraken zijn op papier vastgelegd in het team en per bouw. Controle geschiedt door de directeur.

  1. Opzetten technieklijn

Inventariseren wat we hebben en doen en hoe we dit willen vasthouden/ uitbreiden.

Tussen november en mei, in een aantal team- en bouwvergaderingen

Directeur agendeert en geeft handvatten ter bespreking

Dit is, aan de hand van o.a. interviews, tot een plan van aanpak gesmeed. Afgesproken is, dat een commissie van een aantal teamleden hier in 2011-2012 mee aan de slag gaat. Het beleidsstuk ontstaat dus pas komend schooljaar.

Technieklijn en afspraken worden uiterlijk aan het einde van het schooljaar vastgelegd in beleidsstuk.

4. Ontwikkelen van een nieuw schoolplan 2011-2015

Directeur maakt concepten en agendeert deze ter aanvulling/ verandering/ vaststelling met het team en de MR

Directeur, Team en MR zijn betrokkenen. De uitslagen van WMK kaarten, beoordeling inspectie, wensen van directeur, team, leerlingen en MR worden meegenomen

Frequent zijn onderdelen besproken, zo stond o.a. de studiedag van 28 februari in dit teken. De directeur heeft het plan mede hierop gebaseerd en regelmatig ingebracht bij team en MR. In juli is het Schoolplan goedgekeurd door team en MR.

D.m.v. een nieuw document “Schoolplan 2011-2015”, met stand van zaken, afspraken en veranderingsagenda

Verbeteronderwerp/ onderwerp van aanpak

Wanneer aan bod?

Hoe en Wie (betrokkenen)?

Inhoud besluit / genomen op

(af te vinken)

Hoe wordt het vastgelegd/ geborgd?

5. Inventariseren welke methoden/ materialen de komende jaren aan vervanging toe zijn

Afhankelijk van de ontwikkeling van het nieuwe Schoolplan, wordt dit daarin meegenomen

Directeur, team en MR

Dit is gedaan en is in het Schoolplan opgenomen.

In een nieuw schoolplan en voor het eerste jaar in het eerstvolgend Jaarplan (2011-2012)

6. Opzetten nieuwe rapporten, waar mogelijk in Dotcomschool (adm. Programma)

Aan bod tussen september en november 2010

Als agendapunt in teamvergadering. Voorzet door directeur en/of IB-er

Dit is afgerond en werkt steeds beter.

Besluit in notulen/ beleid. Eerste nieuwe rapporten indien mogelijk al dit schooljaar

7. Website evalueren. Onder andere ook de groepspagina’s

Tussen febr.- april 2010

Als agendapunt in teamvergadering

Hier is een commissie uit voortgekomen. Inmiddels is de opdracht voor het maken van een nieuwe site verstrekt op basis van onze wensen. De site zal waarschijnlijk 1 december 2011 operationeel zijn.

Besluit in notulen/ beleid

8. Nascholing

 

Teamnascholing:

 

- Inplannen voorlichting werkwijze José Schraven

 

 

 

 

- Studiedag ICT/Dotcom (als dagdeel) en communicatie/ gesprekstechnieken (als dagdeel)

 

 

 

 

 

Voorkeur eerste half jaar

 

 

 

 

 

Nog niet bekend. Afhankelijk van aanbod

 

 

 

 

 

José Schraven uitnodigen voor een voorlichtingsmoment op school voor het team

 

 

 

Hele team

Het bovenschools nascholings-budget is gedurende het afgelopen schooljaar deels naar de scholen gegaan. We beheren het nu zelf.

N.a.v. voorlichting José Schraven: Werkwijze wordt met name voor gr. 3 en 4 in overweging genomen. In 2011-2012 wordt dit o.a. meegenomen door een leeswerkgroep.

Deze werd (succesvol) gehouden. Opbrengst is zeer bruikbaar.

 

 

 

 

 

Vaststellen wat we naar aanleiding hiervan doen

 

 

 

 

 

Scholing wordt gevolgd, eventuele afspraken worden vastgelegd.

9. Onderzoek schooltijden en te maken uren per groep

Afhankelijk van de ontwikkeling van het nieuwe Schoolplan, wordt dit daarin meegenomen

Directeur, team, MR en ouders

De directeur heeft één en ander onderzocht en voorbereid. Dit is op aandringen van het team naar volgend schooljaar verschoven. Een commissie buigt zich hierover.

Besluit in notulen/ beleid/ nieuw Schoolplan. Mogelijke verandering op zijn vroegst v.a. 2011-2012

10. Bespreken opzet convenant “Opleidingsschool” tussen KPZ en SCOS

Oktober/ november 2010

Directeur agendeert en legt fasen voor aan het team

Team heeft goedkeuring gegeven hierin mee te willen gaan. Vanwege financiën is besloten dit nog niet komend schooljaar te ambiëren.

Besluit wanneer we waar willen zijn wordt genomen en vastgelegd.

Verbeteronderwerp/ onderwerp van aanpak

Wanneer aan bod?

Hoe en Wie (betrokkenen)?

Inhoud besluit / genomen op

(af te vinken)

Hoe wordt het vastgelegd/ geborgd?

11. Beleid hoogbegaafden verder ontwikkelen en op papier zetten (IB-er)

 

 

 

 

Tussen sept.-dec 2010

IB-er zet één en ander, eventueel m.b.v. leerkracht die de scholing heeft gevolgd op papier. Daarna naar teamvergadering/ MR

 

Eén van de leerkrachten neemt dit onderwerp mee naar 2011-2012 i.v.m. haar studie. Het wordt uitgebreid met Meerbegaafdheid en tegen het licht gehouden van ontwikkelingen als Handelingsgericht Werken (HGW) en Opbrengstgericht werken.

Vastleggen in beleid en evalueren einde v.h. schooljaar

12. Burgerschapsdocument vaststellen

September 2010

Als agendapunt in teamvergadering

Dit document is vastgesteld en wordt levend gehouden in de verschillende groepen.

Afspraken worden vastgelegd

(zie ook punt 14.)

13. Groepsmap: Wat houden we nog op papier bij en wat digitaal

Tussen oktober en januari

IB-er komt met een voorstel. Dit wordt geagendeerd en bespraken/ aangepast/ vastgelegd

Alles wat we digitaal hebben, hoeft niet meer op papier te worden bijgehouden. M.u.v. overzichtslijst rapport en overzichtslijst groepsoverdracht.

Afspraken komen op papier en treden vanaf een vast te stellen moment in werking. Directeur controleert.

14. Evaluatie SCOL (SEO)

 

Uiterlijk februari 2011

IB-er plant afnamemomenten in voor de leerkrachten en evalueert met het team.

SCOL werkt over het algemeen goed. We gaan de resultaten standaard in de follow-up gesprekken tussen leerkracht en IB-er laten meenemen.

Evaluatie einde schooljaar

15. Aandacht voor HGW

(adoptiefase) Door aanpak van leerling-besprekingen, de follow-up- en de oudergesprekken

Gehele schooljaar

IB-er bewaakt dit

Dit is gebeurd. In 2011-2012 volgt verdere teamscholing hierover.

De intake hiervoor is geweest. Gekozen is voor Groepsplannen als hoofdmoot.

Ruimte in leerlingbesprekingen en follow- up

16. Aantal WMK kaarten/ Quickscans. Dit schooljaar:

- Zorg en begeleiding (uitgebreider model)

- Aanbod

- Interne communicatie

- Teamvragenlijst

- Opbrengsten

- Kwaliteitszorg

- Schoolleiding

Verspreid over het schooljaar (zie vergaderrooster)

Directeur en IB-er initiëren en maken aan. Sommige kaarten worden met het team gemaakt. Scoring door betrokkenen

De kaarten en quickscans zijn allemaal afgenomen. De uitkomsten zijn besproken. Verbeterpunten zijn opgenomen in het schoolplan.

Na scoring worden prioriteiten gesteld en meegenomen naar volgende jaar/ jaren als verbeterpunten

17. Opzetten leerlingenraad

 

 

 

Deze moet voor de kerstvakantie zijn samengesteld

Directeur bespreekt in het team de opzet, waarna er mogelijk verkiezingen komen in de bovenbouwgroepen

Ook dit is gelukt. Deze is 3x bij elkaar geweest. Een beleidsstuk leerlingenraad is goedgekeurd door het team. Leerlingen zijn enthousiast aan het werk geweest met elkaar.

De leerlingenraad spreekt dit met de directeur af.

Verbeteronderwerp/ onderwerp van aanpak

Wanneer aan bod?

Hoe en Wie (betrokkenen)?

Inhoud besluit / genomen op

(af te vinken)

Hoe wordt het vastgelegd/ geborgd?

18. Wat het gebouw betreft wordt gekeken naar:

- mogelijke vervanging verwarmingsketels

- daaraan gekoppeld een beter klimaat- en luchtbeheersysteem

- Verbetering rioolafvoer/ mogelijke bijplaatsing hemelwaterafvoer

- Overblijfcommissie: Aanschaf klimwand en aantal nieuwe onderdelen op plein

Augustus/ september 2010

Directeur voert overleg met SCOS en Gemeente hierover en informeert team en MR

 

 

 

 

 

 

 

 

Directeur, IB-er en ouders overblijfcommissie

- Er is een nieuwe verwarmingsketel aangeschaft

- Klimaat- en luchtbeheersing-systeem blijkt niet nodig (als we zelf voldoende ventileren)

- Hemelwaterafvoeren zijn aangepast. Rioolafvoer (o.a. in combi met zand) blijft een probleem. “Door laten spuiten” is een kostbare zaak.

De nieuwe klimwand en bokspringpalen bevallen goed.

Afhankelijk van wat mogelijk is, worden de nodige investeringen gedaan

19. Inrichting gebouw m.b.v. nieuwe kasten of daarvoor in de plaats aanschaf nieuwe karren voor de kleuters (buiten)

Eerste half jaar

Een werkgroep van leerkrachten buigt zich hierover en koppelt dit terug in een voorstel aan het team.

Er zijn nieuwe karren / er is nieuw buitenspelmateriaal aangeschaft.  Dit bevalt goed.

Besluit in teamvergadering en afspraak wat er door wie wordt gedaan/ aangeschaft

20. voorbereiden jubileumweek/ reünie i.v.m. 25-jarig bestaan

Eind september vinden de vieringen plaats. Een week lang zijn er elke dag activiteiten in dit teken.

Er is begin 2010 een jubileumcommissie in het leven geroepen, daar-naast zijn er per onderdeel subcommis-sies aan het werk met leerkrachten en ouders

Diverse onderdelen in het kader van ons schooljubileum zijn in een hoofdcommissie en in verschillende subcommissies besproken, opgepakt en uitgevoerd. O.a. een schoolreisje, receptie, reünie, meester- en juffendag en een sponsorloop kregen succesvol vorm.

Terugkoppeling telkens aan team en ouderraad.

Wat kreeg er verder vorm?

 

21. LB functies

 

In 2010- 2011 is de procedure opgestart voor plaatsing van een tweede leerkracht in een LB-functie. Per augustus 2011 hebben we een “Begeleider nieuwe leerkrachten en stagiaires” binnen De Rietkraag.

22. Opbrengsten / Opbrengstgericht werken

 

Deze zijn geëvalueerd in de leerling-besprekingen. Het komend schooljaar wil de directeur een lijn (Groepsplan) van alle groepen kunnen volgen. Bovenschools wordt er tevens een module ontwikkeld, waarbij de groepsresultaten digitaal in te zien zijn.

23. klassenbezoeken / functioneringsgesprekken

 

In 2010-2011 is het niet gelukt om met iedereen een gesprek te hebben. Bij aanvang van 2011-2012 worden de overige gesprekken gehouden. Aangegeven is dat de directeur in verhouding met andere SCOS directeuren weinig ambulante directietijd heeft. Vanwege de financiën houden we dit echter voorlopig zo.

24. VVE - Kaleidoscoop

We participeren in Cluster 8 van de VVE regio’s in Raalte. Vanaf 2011-2012 doen we mee aan scholing van een leerkracht in “Kaleidoscoop”.

Taco Houkema, juli 2011